Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v.; joiier Ie» —s, de naïeve rollen spelen; —iiiieuieiit, — iiueineiit, —iiimieiit. adv. openhartig, oprecht.

renee, f. inmenging, bemoeiing, v.; *V~rer* v: Pr* dans; gerere, porter)

(dans qcli.) zich in eene zaak mengen of steken; il N'iiigcre de donner des avis, hij matigt zich aan r;uid te geven.

Ingestion, f. inbrenging van voedsel of artsenij. v.

iiigouveriiable, a. onbestuurbaar, onregeerbaar, dat niet te regeeren is.

lngra||eieuseiiieiit,adv. op onbevallige, onbeleefde wijze; — cieux, ieuse, a. onbevallig, stijf.

lngra||t, ate, a. (lat. ingratus) ondankbaar, onaangenaam; m. et. f. ondankbare; -titude. t. ondankbaarheid, v.

Ingrédient, m. (lat. ingrediens, qui entre) bestanddeel, ingredient.

IngrcN, m. intrede, gemeenschap, v. Iiigiiérissable, a. ongeneeslijk.

Iiiguiiiul. Ie(pr. gu-i), a.(lat. inguen, aine) dat tot de liezen behoort.

Ingurgi ||tntion, f. doorzwelging, doorslikking, V,; ~^,er'v*M,af in' dans; gurges,gurgitis, gouflre) gretig doorzwelgen.

Iiiliabiflle, a. onbekwaam, onbevoegd. 011-

bprtrfiVPIl- l«<i. f , • i *

, „ . v„uc;iv»Yrtrtiiiiieiu,uiigescniKi-

fteid, v.; —llte, f.onbekwaamheid,onbevoegdheid,

I t.nt PI'V'On Ol'll'ltnr» nn, v ..

luliahital»le, a. onbewoonbaar; —Ié, ée, a.

v..«vnWi,u, —«uur, i. on^ewoonie, ongewoon-

heul. v - ós .« j

■ ■ i|« . ' "• "»«6«3*yuun, UlIlweilU.

Inliaj|lant, ante, a. in-, opzuigend; — lateur.

m minupuil l . ■ i. "

.... . Iiiii.tiatur, ui.. — lailOII, I. in-

ademing, v.; -Ier, v.a. (lat. in, dans; halare,

unn film- > .vw)nmnn

Inliariiioiiieux, euse, a. niet samenstem mend, onwelluidend, onharmonisch.

InllI'l'IrPllfP f !l !l nh'l li rri rinr

, .. u»....u,ieii lö, v.:

— reilt, eiite, a. (lat. inhierens, de Ine re re,

fivo\ QOiikn.<r.nn,l — „1.1 _ j

■ ü l auiiKievena.

Iiihillber, v. a. in- of terughouden; gerech-

■J . gerecnienjK vernoü.

Inliospi || talier, lere, a. onherbergzaam, ongastvrij; —talité, f. ongastvrijheid, onherbergzaamheid, v.

liiliuitiaiii, aine. a. onmenschelijk, wreed; —neuient, adv. op eene onmenschelijke, wreede wiize.

Inliiiniaiiité, f. onmenscheliikheid, wreedheid, v.

luim!|matioii, f. begraving, v.; beaarding, ter aarde bestelling, v.; -uier, v. a. (lat. in, dans; humus, terre) begraven, beaarden, ter aarde bestellen.

Iniinagiiiable, a. onbegrijpelijk.

Ininritable, a. onnavolgbaar.

Iiiiuiitié, f.(préf. i n et a m i ti é) vijandschap, v.

Iniiitelli||geiiiinent, adv. op onverstandige wijze; —genre, f. gebrek, gemis aan verstand; —gent, e, a. onverstandig; -gibilité, f. onverstaanbaarheid, v.; —gible, a. onverstaanbaar;

—rihlPIIIPlW üHi' nn nn«ni.ct k ' l

— M «v... vj, uuitioiaaiiudic wijze.

Ininterroinpu, e, a. onafgebroken.

i"i1l!.9ue» a- <Préf- in et lat. icquus, juste) onbillijk, onrechtvaardig; jugeinent -, onrechtvaardig vonnis; -nueinent, adv. onrechtmatig, onrechtvaardig, onbillijker wijze; — quité, (pr. ■ itonrechtvaardigheid; zonde, v. Initial. ale, a. (lat. i n itiu m, commencement) beginnend; lettre -e, ou initiale, f. eerste, voorste letter, beginletter, v.

Iiiitia!|teiir, trice, a. het initiatief nemend den stoot gevend; inwijdend; m. et f. ondernemer, beginner; in wijder; — tif, ive, a. den stoot gevend; — tion, f. inleiding of inwijding tot de verborgenheden van een godsdienst en/

V. : lil A f IflrnU -I' * ',.U* ...

a l* 7» «I — /, icuut vuil voor-

aracnt, recht van aanvangen; prendre I'—, het

Mcuicii, net eerst een voorstel doen,

— owyi gCVCII.

Iniltié, e, a. ingewijd; m. et f. ingewijde: —tier, v. a. (lat. initiare; de initium, commencement) inwijden; s'—, v. pr. zich op de hoogte brengen, zichzelf bekend maken.

Injee||té, ée, a. rood beloopen, door toevloeiing van bloed rood gekleurd; —ter, v. a. (lat. in, dans; jacere, jactum, jeter) inspuiten, opspuiten; , v. pr. geinjecteerd, in- of opgespoten worden; door toevloeiing van bloed rood gekleurd worden; — tenr, triee, a. tot inspuiting dienend; —, m. inspuiter, injector: ventilatietoestel van eene stoommachine; —tion, f. in- of opspuiting, v.; spuitmiddel.

IlllOIlrtiOII. f. rlMt. inillliPtinl

bevel. J

Inioiiable, a. onspeelbaar, niet te spelen.

Illlllllirioil V MO !1

. •»: - " -, "• uuvuiuOTiRuuuiy, onver¬

standig, zonder oordeel.

Illill 'rp f. Hat i n • ii o. s - .

. " 7 i"j ui ia, uc in, tuilUUj JUS,

j v.. uciccuisiug.v.; scneiuwooru, smaad¬

woord; faire — a «|ii., ïem. beleedigen; pl. —h du te nip s, guurheid, v., ongemakken van het weder; I — de» ans, nadeelige invloed van den ouderdom (op schoonheid en gezondheid): pop. en venir au\ —s, elkander uitschelden; —rier, v. a. beleedigen, schelden, beschimpen; -r.eu8eme.it, adv. met versmading, verachtelijk; —rieux, euse, a. honend, smadelijk, beleedigend.

IllillMÜtP. n. nnhilliib ~ 1„

hjk; m. de onrechtvaardige; het onrechtvaardige; —teijient, adv. op eene onbillijke of onrechtvaardige wijze; —tease, f. onjuistheid, onnauwkeurigheid, v.; —tiee, f. onbillijkheid, onrechtvaardigheid. V.! — tiüitlil» -i ,l'.f I..

vaardigen is; onverdedigbaar.

■ •■■■mine-, <i. uiueesuaar.

Innavigable, a. onbevaarbaar.

Illllé. ée. M. fl.lt.. innntlic nu .lnnc\ nnn»».

boren.

liiiiervation, f. (lat. in, sur; nervus, nerf) voortplanting, v. van de in de zenuwen werkende kracht.

flrltr nn

- ' ' up CCIIU UIIf>CIlUIUIgU

wijze, zonder erg; il vint tout — raeunter la

Mot t i Mf* flll'll MVHÜ l'uito I,,-; imntnlJi

, •(-- .. ....... IKIIC, UIJ VCIICIUO 4CC1

onnoozel de gekheid, die hij begaan had; — eenee, f. onschuld; eenvoudigheid, onnoozelheid, v.; -eent, elite, a. (préf. in et lat. nocens, qui nuit) onschuldig; onschadelijk; onnoozel; jeux

—. ffp/plaphnnuenollotiaa. 1 " 1„

, o , —n, ui. ui. uuuuu^eie

kinderen.' I.i IY>t» iIpu

, ' — " "v" =»» «HioiniuuciciiuaR,

le inaHsaere des —s, de moord der onnoozele kinderen (door Herodes^; —eenter, v. a. voor

luiovuuiuig veiMcueii.

Innocuité, f. onschadelijkheid, v.

InnomIIbrable, a. ontelbaar, talloos,; —brablenient, adv. ontelbaar, talloos, op eene ontelbare wijze.

Iiinoiné, e, Iniioininé, e, a. onbenoemd, niet onder een' bepaalden naam bekend.

Iiinoü vateur, triee, a. nieuwigheden invoerend ; m. et f. invoerder, invoerster van nieu* wigheden; — vatton, f. nieuwigheid, v.; invoe-

A

Sluiten