is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring van nieuwigheden, v.; —ver, v. n. (lat. novus, nouveau) nieuwigheden invoeren.

InobMeril vable, a. dat niet in acht te nemen, niet gade te slaan is; — vance, f. onachtzaamheid, v.; — vation, f. verwaarloozing, overtreding, v.; — vé, e, a. onopgemerkt, niet waargenomen.

Inoeeupé, ée, a. zonder bezigheid, werkeloos, ledig; onbezet, onbewoond.

In-octavo (pr. Ine), a. (lat. in, en: octavus, huitiême) in-octavoformaat (boekformaat waarbij elk vel 16 bladzijden heeft); m. boek in octavo.

Iii<x*u||lateur, m. triee, f. inenter, inentster; —lation, f. inënting (der kinderziekte), v.; —Ier, v. a. (de kinderziekte) inenten; , ingeënt worden; zichzelf inenten; — liwte, m. voorstander der inenting; anti-—liste, tegenstander der inenting.

Inodore, a. zonder reuk, reukeloos; ètre ralinc et —, rustig zijn, stil zitten, zich fatsoenlijk gedragen.

IiioffpiillMif', ive, a. onschadelijk, onschuldig; —niveuieut, adv. onschadelijk, onschuldig.

Iiionijlciel, elle, a. niet officieel; — cleux, eime, a. onbehoorlijk, benadeelend, wederrechtelijk; wederrechtelijk ontervend; — ciosité, f. wederrechtelijke onterving, v.; aetion d'—, rechtsvordering wegens wederrechtelijke onterving.

Inon dation, f. overstrooming, v.; fig. groote menigte volks, v.; zwerm vijanden, die een land binnenrukken en als't ware overstroomen; —der, v. a. (lat. inundare; de in, sur, et u n d a, onde) overstroomen, onder water zetten, inundeeren.

lno|>i||iié, ée, a. (préf. in et lat. opinari, penser) onvoorzien, onverwacht; — néuieilt, adv. onvoorziens, onverhoeds.

liioi>por!|tuii, e, a. ongelegen,ontijdig, lastig; ' —tunité, f. ongelegenheid, ontijdigheid; ongelegen tijd, m.

Iiiorgaiiiuue, a. onbewerktuigd.

IiioHteiiMlble, a. niet vertoonbaar, niet in 't oog vallend.

Inouï, e, a. ongehoord.

Inoxydable, a. niet vatbaar voor verbinding met de zuurstof.

Iii paee (pr. ine-pa*cé), m. (lat. in pace, en paix) eeuwige gevangenis der kloosterlingen, v.; fig. étre —, dood zijn.

In partibu* (pr. ine), loc. adv. (lat. in partibus infidelium, dans les régions des infidèles) in 't gebied, in 'tland der ongeloovigen; évèque —, bisschop die den titel voert van een bisdom in een land, dat de ongeloovigen in bezit hebben.

lil petto (pr. iiie*pèt*to), loc. adv. bij zich zeiven, in 't geheim.

In-plano (pr. Ine), m. formaat van een ongevouwen vel papier.

Inproiiiptii, zie impromptu.

Iiiquartatioii. zie quartatioii.

hi-quarto (pr. aiii-kouar), m. (lat. in, en; quartus, quatrième) boek in quarto; a. in boekformaat, waarbij het vel 8 bladzijden heeft.

Iiiquil|et, éte, a. (próf. in et lat. quietus, tranquille) onrustig, ongerust; — étaut, te, a. verontrustend, vreeswekkend; — etation, stoornis of storing, die de prescriptie of verjaring verhindert, v.; —eter, v. a. verontrusten, ongerust maken; , v. pr. zich verontrusten zich ongerust maken; il ne vent point qu'on 1'in-

valkhoff, Frang.-Holl. I.

quiête, hij wil niet dat men hem store; —étude, f. onrust, v.; kommer, m., verdriet.

Inquisiteur, m. geloofsonderzoeker, ketterrechter, inquisiteur; — si til', ive, a. onderzoekend; inquisitoriaal; — sition, f. (lat. inquisitio; de inquirere, rechercher) geestelijke rechtbank, v., inquisitie, v.; onderzoek; navorsching, v. — ftitorial, e, a. inquisitoriaal, tot de inquisitie behoorend; scherp verhoorend, uitvragend; fig. willekeurig, al te streng.

Iiiruiiiable, a. onvernielbaar.

IiiHaiHiMHable, a. dat niet gegrepen kan worden; waarop men geen gerechtelijk arrest kan leggen; onwaarneembaar, onbegrijpelijk.

IiiNalu||bre, a. ongezond, nadeelig voor de gezondheid; — brement, adv. op ongezonde wijze; —brité, f. ongezondheid, v. (eener plaats).

Insanité, f. (lat. insanus, insensé) onverstand, dwaasheid, dolheid, v.

Iu*»tin bilité, f. onverzadel ij kheid, v.; onverzadelijke eetlust, m.; — ble, a. (lat. insatiabillis) onverzadelijk; — blement, adv. op eene onverzadelijke wijze.

Inaaturable, a. onverzadigbaar, niet te verzadigen.

liiHciemuient, adv. buiten weten.

Inscription, f. (lat. inscriptio; de inscribere, iuscrire) opschrift, bijschrift; inscriptie, v.; inschrijving, v.; figuur, die in een cirkel geteekend is; — en ou de laux, aanklacht wegens vervalsching, v.; II a priH ne» —s en droit, en inèdeeine, hij heeft zich als student in de rechten, in de medicijnen laten inschrijven.

luarrire, v. a. (lat. inscribere; de in, sur et scribere, écrire) inschrijven, opschrijven, boeken; zijn naam in een openbaar register zetten; eene figuur in eene andere beschrijven;

— une maxime uur un monument, eene spreuk op een gedenkteeken plaatsen; »*—, v. pr. zich inschrijven of laten inschrijven; »*— en laux, van vervalsching beschuldigen; eene aanklacht wegens schriftvervalsching instellen; fig. (en faux) contre qcli., iets voor valsch verklaren.

Inscrit, m. in het marine-register ingeschrevene.

InMrrutable, a. ondoorgrondelijk.

Inseulner, v. a. inhouwen, inbeitelen.

IiiMéranle, a. onsnijdbaar, dat niet gesneden kan worden.

liiMeellte, m. (lat. insectum) insect; — tieide, a. (lat. insectum, insecte; caïdere, tuer) insectendoodend; poudre —, ou —, m. insectenpoeder; —tivore, a. et m. (lat. insectum, insecte; v o r o, je mange) insectenetend (dier).

Iiittécurité, f. onveiligheid, v.

lu*Heize (pr. ain), a. et m. boekformaat of boek in zestienen; boek waarbij ieder vel 32 bladzijden heeft.

Iii8en||»é, ée, a. zinneloos, krankzinnig, gek; onzinnig, zeer onverstandig, dwaas; — aibili»ateur, m. ongevoeligmakend middel; — sibilite, f. ongevoeligheid, gevoelloosheid, v.; —»ible, a. ongevoelig, gevoelloos; onmerkbaar; —Hihlement, adv. ongevoelig; onmerkbaar, allengs, langzamerhand.

IiiHéparailbHite, f. onafscheidbaarheid, onafscheidelijkheid, v.; —ble, a. onafscheidelijk;

— blement, adv. onafscheidelijk.

Innérer, v. a. (lat. in, dans; s er ere, semer) inzetten, invoegen, inlasschen; , inschieten, inkomen; iugelascht, opgenomen worden; faire

23