Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— une annonce dans mi jouriial, eene advertentie in een dagblad doen opnemen of plaatsen.

Iiisernieiitc, a. die den burgerend niet heeft afgelegd (o. a. van de priesters gedurende de eerste Fr. revolutie).

Insertion, f. invoeging, inzetting, inlassching, v.

Insession, f. zitbad.

Insexuel, elle, a. geslachtloos. flnsidi||ateur, m. trice, f. belager, belaagster; —eu«enient, adv. op listige, verraderlijke wijze; —eux, euwc, a. (lat. insidiosus; de insidia, embüche) verraderlijk, bedrieglijk.

Insigne. a. (lat. insignis) uitmuntend, uitnemend, buitengemeen; beroemd; aarts....; m. (lat. insigne; de insignis, remarquable) ken- of merkteeken; rang- of ordeteeken; la toge est P— du juge, de toga is het rangteeken des rechters.

InsigiiiÜfiance, f. onbeduidendheid, nietigheid, v.; — Mant, ante, a. onbeduidend, niets beteekenend.

Insiinulé, e, a. ongeveinsd.

Insinu||ant, ante, a. indringend; innemend, aanvallig, bekoorlijk; des manieren -ante», innemende manieren; — atif, ive, a. ingang verschaffend; —at ion, f. liet voorzichtige inbrengen, indringen; indringing, v.; inblazing, influistering, v.; inschrijving, aanmelding aan de griffie, enz.; inlevering van gerechtelijke zaken; —er, v. a. (lat. insinuare; de in, dans, et sinus, sein) voorzichtig inbrengen, insteken: lig. inblazen; bedekt te kennen geven; gerechtelijk laten inschrijven of doen weten, insinueeren; s'—, v. pr. onbemerkt indringen; fig. zich indringen of bemind maken; Pespoir N'iiiNinua dans sou cceur, de hoop sloop zijn hart binnen.

lnsipi||de, a. (pref. in et sa pi de) zonder smaak, smakeloos; fig. laf, ongezouten; —dement, adv. zouteloos, smakeloos, laf; —dité, f. smakeloosheid, v.; fig. lafheid, v.

Insis "tance, f. aandringen, aanhouden: dringend verzoek; —ter, v. n. (lat. in, sur; sistere, s'arrêter) sur qcli., ergens op aandringen, ergens bij volharden of blijven.

lnsociA||bilitc, f. ongezelligheid, onverdraagzaamheid, v.; —ble, a. ongezellig.

Insolation, f. stoving of warming door de stralen der zon, v.; zonnesteek, m. (coup de soleil).

Iiimo 'leininent. adv. op onbeschaamde wijze; —lenre, f. onbeschaamdheid, v.; hoogmoed, m.; trotschheid, v.; — lent, ente, a. (lat. insolens, qui n'est pas dans la coutume) onbeschaamd; trotsch, verwaten; buitengewoon.

Insoler, v. a. door de stralen der zon stoven of warmen.

Insoli||de, a. niet hecht, onvast, onduurzaam ; —dement, adv. op onvaste, onduurzame wiize.

lnsolite, a. (préf. in et lat. solitus, accoutumé) ongewoon, ongebruikelijk.

Inso||lubilitê, f. onoplosbaarheid, onontbindbaarheid, onverbreekbaarheid, v.; — luble, a. onoplosbaar.

IiiHolva||bilité, f. onvermogen om te betalen; insolventie, v.; —ble, a. onvermogend om te betalen, insolvent; sa inasse est -, zijn boedel is insolvent.

Iiisomnie, f. (préf. in et lat. som nu s, sommeil) slapeloosheid, v.

Iiisondahle, a. onpeilbaar, ondoorgrondelijk, raadselachtig.

Insou||ci, m. gebrek aan zorgvuldigheid; —ciammeiit, adv. op zorgelooze, achtelooze wijze; —eiance, f. zorgeloosheid, v.; —ciant, ante, a. zorgeloos, onbekommerd; — cieux, euse, a. onbezorgd.

In wou || mis, Ise, a. onbedwongen, niet onderworpen; ongehoorzaam; —inissimi, f. nietonderworpenheid, onbedwongenheid, v.; ongehoorzaamheid, v.

Insouteiiable, a. onhoudbaar; onuitstaanbaar.

Inspeel!ter, v. a. (lat. inspectare, de in, sur, et speet are, examiner) in oogenschouw nemen, inspecteeren; opzicht hebben; — teur. m. opziener, onderzoeker, inspecteur; — tion, f. opzicht; bezichtiging, inspectie, v.; inspecteursambt; — des troupes. wapenschouwing, v-> 7" «les corps inorts, lijkschouwing, v.: —trice. f. opzienster; inspecteursvrouw.

InHpillrateur, trice, .a. bezielend; —ration. f. ingeving, inspiratie, v.; aanrading, v., raad, m.; inademing, v.; —ré, e, a. door hooger invloed gedreven; bezield; —, m. et f. ziener, zieneres; —rer, v. a. (lat. inspirare; de in, dans, et s pi rare, soufller) inboezemen, ingeven; bezielen; inademen.

Insta||bilitc, f. onstandvastigheid, onbestendigheid, wisselvalligheid, v.; —ble, a. onvast, wankelbaar, waggelend, onbestendig; — bleinent, adv. op onbestendige wijze.

Iiistal||lation, f. installatie (in een ambt), v.; inrichting, v. (van een huis); —Ier, v. a. (rad. sta 11e) installeer en (in een ambt); elk voorwerp zijne^ behoorlijke plaats geven; inrichten;

— sa inaison, zijn huishouden inrichten; s'—, v. pr. zich installeeren; zich inrichten.

IiiMtaiiimeiit, adv. dringend, met aandrang.

In sta ii || ce, f. (lat. instantia;instare, presser vivement) nadrukkelijke, dringende bede; ernstig verzoek: avec —, met aandrang, dringend; rechtsvordering, v.; instantie, v.; hors <r-, buiten rechtsvervolging; introdurtion p -j gedingsopening, v.; tonner une —, eene klacht instellen; tribunal de première —, arrondissements-rechtbank; — t, ante, a. (lat. in stans; de in, sur, et stare, se tenir) dringend, ernstig, instantelijk; m. oogenblik, ommezien; a P—, adv. oogenblikkelijk, dadelijk, terstond; a chaque —, onophoudelijk; — tané. êe, a. oogenblikkelijk, vluchtig; — taneite, f. duur van een oogenblik; — taiieinent, adv. oogenblikkelijk, plotseling.

Instar, a P— de . . adv. (lat. instar, comme) op de wijze van ...

In statu quo, loc. adv. in den huidigen toestand, zooals 't nu is.

a Instaullrateur, m. insteller, oprichter; —ration, f. plechtige invoering, instelling, v.;—rer, v. a. (lat. instaurareï invoeren, instellen, oprichten.

Insti ügatenr, m. aanhitser, aanstoker, opruier; —gation, f. aanhitsing, opruiing, aanstoking, v.; — guer, v. a. (lat. instigare) aanhitsen, opruien, aanstoken.

Iiistillllation (pr. I-Ia), f. indruppeling, v.; -Ier (pr. Mé), v. a. (lat. in, dans; stil la, goutte) indruppelen; inboezemen; s*—, v. pr. ingedruppeld worden.

IiiMtinc||t (pr. tin), m. (lat. instinctus) ingeschapen drift, v.; instinct; c'est plutót par

— uue par raisonnement qu'il a fait cela, hij neeft dat meer uit instinct dan volgens

Sluiten