Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

redeneering gedaan; —til', ive, a.onwillekeurig; —tiveineiit, adv. onwillekeurig.

Iiisti||toire, a. act ion et —, m. actie tegen een makelaar, wegens een met diens zaakwaarnemer aangeganen koop, v.; — tuant, m. erfsteller; — tuer, v. a. (lat. instituere; de in, sur, et statuere, établir) instellen, stichten; Napoleon I institua l'ordre de la légion d'honiieur, Napoleon I stelde de orde van 't legioen van eer in.

Institu||t, m. (lat. institutum; de instituere, instituer) leefregel, m.: instelling, stichting, school, v.; Institut (de I rance), Instituut te Parijs, geleerd genootschap. (Het Instituut te Parijs bestaat sedert 1833 uit 5 Academiën: 1'Académie fran^aise, 1'Ac. des inscriptions et belles lettres, 1'Ac. des sciences, 1'Ac. des beaux-arts et 1'Ac. des sciences morales et politiques]; (palais de) l'Institut, het gebouw waar het 1 ns t i t u t zijne vergaderingen houdt; —te», f. pl. kort begrip van het Romeinsche recht; —teur, m. trice, f. (lat. institudor; de instituere, instituer) stichter, stichtster; leermeester, leermeesteres; kostschoolhouder, kostschoolhouderes; — primaire, lager onderwijzer; — suppléant, — adjoint,

— provisoire, hulponderwijzer; —tif, ive, a. onderwijzend, leerend, leerzaam; —tion, f. stichting, instelling, inrichting; benoeming,aanstelling (van een erfgenaam); inrichting van onderwijs; opvoeding, v.

Instructeur, m. onderwijzer, leeraar; exerceermeester; rijmeester, pikeur; (juge) —, rechter van instructie; —tif, ive, a.'leerzaam, leerrijk; onderwijzend; —tion, f. (lat. instructio; de instruere, instruire) onderricht, onderwijs; instructie; leering, les, v.; voorschrift;

— classique, gymnasiaal onderwijs; — obligatoire et gratuite, schoolplicht; — primaire, lager onderwijs; — secondaire, middelbaar en gymnasiaal onderwijs; — supérieure, hooger onderwijs; — particuliere, privaatonderwijs; Hans —, onbeschaafd, niet wetenschappelijk gevormd; juge d'—, rechter van instructie; —tions, f. pl. voorschriften, aan een' gezant of ambtenaar; eet ambassadeur partira ausnitAt qu'il aura re^u ses — s, die afgezant zal vertrekken, zoodra hij zijne instructies heeft bekomen.

Instruire, v. a. (lat. instruere, instruire) onderrichten, onderwijzen, leeren; (dieren) africhten; — mi proces, een rechtsgeding ter behandeling voorbereiden; — Ie procés de qn., iem. crimineel verhooren; lig. een streng onderzoek omtrent iem. instellen; les exemples instruiseiit inieux que tous les préceptes, voorbeelden leeren beter dan alle lessen; leeringen wekken, voorbeelden trekken; s'—, v. pr. zich zelf onderrichten; onderricht worden; voorbereid worden (van een rechtsgeding); »'— par des malheurs, door schade wijs worden.

Instruit, e, a. goed onderwezen, kundig, bekwaam.

Instruinenllt, m. (lat. instrumentum, de instruere, eonstruire) gereedschap, werktuig, instrument: bewijsstuk; — de miisique, speeltuig, muziekinstrument; —s a vent, blaasinstrumenten; —s i» cordes, snaarinstrumenten; —s de percussion. slaginstrumenten; jouer d'un —, een instiument bespelen; —taire, a. téinoin —, notarieel getuige; —tal, ale, a. werktuiglijk; inusique — tale, instrumentaal-

muziek,v.; — taleuient, adv. met begeleiding van instrumenten; —tatif. ive, a. dat tot opmaking der acten dient; — tation, f. verdeeling van een muziekstuk onder de verschillende instrumenten; —ter, v. n. gerechtelijke bewijsstukken enz. opmaken; voor verschillende instrumenten componeeren of zetten; —tiste, m. bespeler van een muziekinstrument, muzikant; Ie corps des — s, het militair muziekkorps.

Iiisii, m. (préf. in et su, part. passé de savoir) onbekendheid, v.; a 1'— de..., buiten weten van....

Insubmerllsibilité, f. onverzinkbaarheid, v.; —sible, a. onverzinkbaar, altijd boven drijvend; batenu —, reddingsboot, v.

Iiisiibor||dination, f. weerspannigheid, v.; gebrek aan krijgstucht; insubordinatie, v.; —donné, ée, a. niet tot onderwerping genegen, weerspannig.

Iiisueccs. m. mislukking, v. slechte uitslag, m.

IiisufHjlsanimeiit, adv. op eeneonvoldoende, ontoereikende wijze; — sa nee, f. ongenoegzaamheid, onbekwaamheid, v.; —sant, ante, a. ongenoegzaam; ontoereikend; onbekwaam.

Insufüflation, f. het inblazen van damp of gas; —tier, v. a. (lat. in, dans; sufflare, souftter) inblazen.

Insulaire,a.(lat. insulai is, de insula, ile), op een eiland wonend; m. eilander, eilandbewoner.

lnsuliltable, a. in gevaar van overrompeld te worden; —tant, ante, a. beleedigend; —te, f. beleediging;, v.; schimp, hoon, smaad; aanval, m.; —te, e, a. grof beleedigd, gehoond; m. et f. beleedigde; —ter, v. a. (lat. insu lta re; de in, sur, et sa lta re, sauter) (qn. de qeli.) beleedigen, beschimpen; plotseling aangrijpen, overvallen; Ie silence menie insulte quelquetois, het stilzwijgen zelfs beleedigt somtijds; — a qn. ou a qcl»., iem. of iets bespotten, beschimpen, hoonen; —teur, m. beleediger, beschimper.

liiMupporUtable, a. onverdragelijk, onuitstaanbaar; —tablement, adv. op on verdragelij ke, onuitstaanbare wijze.

Insurügé, m. oproerling, muiter, opstandeling; V—gent, m. oproerling, opstandeling; —gents, m. pl. de Noord-Amerikaansche opstandelingen (in den vrijheidsoorlog); —ger, v. a. in opstand brengen; s'—ger, v. pr. (lat. in, sur; surgere, se lever) in opstand komen; in massa opstaan, oproerig worden.

Iiisurnioiitable, a. flg. onoverwinnelijk, onoverkomelijk.

Iiisurreclltioii, f. opstand, m.; — tionnaire, —tioniiel, elle, a. oproerig.

Insiisccptible, a. onvatbaar, niet vatbaar.

lntac||t, acte (pr. takte), a. (préf. in, et lat. tactus, touché) onaangeroerd; onbevlekt, onbezoedeld, ongeschonden; — tile, a. onvoelbaar.

Intaille. f. verdiept snij- of beeldhouwwerk.

Intangible, a. onaanroerbaar.

IntarisHaüble, a. onuitputtelijk; —blenient, adv. op onuitputtelijke wijze.

Intéllgrahle, a. door integraalrekening te vinden; —gral, ale, a. (lat. integer, entier) geheel, volkomen; calcul —,integraalrekening, v.; —graleuient, adv. op geheele, volkomene wijze; —gralité, f. volkomenheid, v.; — grant, ante, a. partie —grante, wezenlijk tot het geheel behoorend deel, integreerend deel; — gration, f. geheelmaking, berekening door de integraal-rekening, v.

23»

Sluiten