is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honden, v,; windhondenstal, m.; —teur, m. africhter van jonge windhonden.

Lcvrier, m. (lat. leporarius, qui chasse le lievre) windhond, hazenwind; fig. speurhond. Levron, in. oiine, f. jonge windhond; kleine

I je vu re, f. gest, gist, biergist, v.

Lexi||cographe, m. (gr. lexikon, lexique; graphó, j'écns) woordenboekschrijver; —cographie, f. kunst van woordenboeken te schrijven; —eographique, a. wat de lexicographie betreft; — eologie, f. (gr. lexis, mot; logos, traité) woordenleer; —eologique, wat de woordenleer betreft; —cologue, ni. kenner der

«uu ucmcci, — <|ur. ui.^gr. iexikon; ae lexis, mot) lexikon, woordenboek.

fLez, prép. (pr. Ié) (lat. latus) naast, dicht bij (nog in plaatsnamen gebruikt).

Léinrld, m. (lat. lacertus) hagedis, v.; paiivie —, arme kerel; faire le —, zich koesteren in de zon; --de, f. scheur, spleet, v.,

liorct nf , ... ■ • . '

uuiou ui uciai cru muur;, m.; —ae, ee, a. gescheurd, met spleten; —der (*e), v. pr. splijten, openscheuren.

lijnde, m. verbinding, v.; fll de —, bindgaren. liiiiiH, m. harde, kalkachtige bouwsteen, m. Ijini'Mon, f, (lat. ligatio; de ligare, lier) verbinding, vereeniging, v.: samenhang, verband: ■n«<;»iiiierie en —. metselwerk in 't verband; —, verdunde eierdooier (om saus te binden»; boogje, ter vereeniging van eenige rmten; ook: notenreeks; ophaal, bindstreepje (bij schrijlletters);

VPphinHinn- tr /lui tin .. .ll v. '»• ui'

* — «6, »• V"»J uiwpiutt*;, — «| ailllIM',

— «ie parpiili', vriendschapsbetrekking, familiebetrekking, v.; — Molliter, v. a. in 't verband metselen, plaatsen (steenen).

liioneH. f. pl. (rad. lier) lianen (klimplanten,

111 /^lllcriKit^, V.

Liant, e, u. buigzaam, lenig; fig. geneigd tot vriendschap sluiten, gezellig, minzaam; m. buigzaamheid, lenigheid, v.; gezelligheid, minzaamheid, v.

Liar||d, m. oude, kleine Fransche kopermunt, oortje (twee duiten); je n'en donnerai» pa»

.... , .n ficcii V.C111, vuur, ii ii n pa»

mi (rouge) —, hij bezit geen rooie duit; —uer, v. n. fam. elk wat bijleggen; karig betalen; —deur, m. fam. gierigaard, gortenteller. Li||«8, m. lias, leiachtig kalkgesteente;

«i. uasacuug, uil nas uesiaanae.

Lia»»e, f. (rad. lier) pak geschriften; veter, om ze aan te rijgen, m. lias, m.

Lihage, m. grondsteen, groote grove steen, m.

Libanoti», m. rozemarijnkruid.

Lihation, f.(lat. libatio; de libare, verser) drankolTer, spijsoffer; plenging of storting van wijn enz., v.

Libellile, m. (lat. libellus, petit livre) laster*, smaadschrift, libel; blauwboekje; —Ié, m. voorgeschreven, wettelijke inkleeding, v.

«vzw oiun ui gcsuuii^j —ler, v. a. een eisch in rechten opstellen; — un mandement, de bestemming der in eene aanwijzing uitgedrukte geldsom nauwkeurig aangeven; — linie, m. schrijver van een laster- of smaadschrift; —luie, f. schoenlapper, wateijuHertje (insekt); zie demoi»elle.

Liber (pr. bére), (lat. 1 i b e r) m. boombast, m.

Libera (pr. bé), m. (mot lat. qui signifie délivrez) gebed voor de afgestorvenen; fig. dianier un —, een danklied zingen, dat men van iem. ontslagen is.

Libera ||ble, a. die uit den dienst ontslagen

kan worden; —I, ale, a. (lat. liber, libre) mild, milddadig; liberaal; art» libéraux, vrije kunsten, v.; m. liberaal, vrijzinnige; — lement adv. mildelijk; edeldenkend; — liHine, m. liberale beginselen, vrijzinnigheid, v.; —lité, f. mildheid, milddadigheid, v.; —leur, m. trice, f. (lat. liberator; de liber are, délivrer) verlosser, bevrijder; verlosster, bevrijdster; —lion, f. bevrijding, in vrijheid stelling, vrijspreking, v.' — de service militaire, vrijstelling, ontheffing van krijgsdienst; ontslag der manschappen, wier diensttijd is afgeloopen; — de l'Etat, uitdelging der staatsschuld.

liibéllré, ée, a. in vrijheid gesteld; —rer, v. a. (lat. liberare) bevrijden, vrij maken; opheffen, ontlasten; een soldaat vrijstellen, ontheffen van krijgsdienst; een soldaat ontslaan (wanneer de diensttijd is afgeloopen); Me —, V. Dr. zich bevriiden! zie.h nntrinnn ivnn iof^v.

zich kwijten van eene schuld, eene schuld betalen.

Id her || té, f. (lat. liber tas; de liber, libre) vrijheid, v.: fi£r. vriimnnriiirhairl nncrpHwnii(rQi>.

heid, v.; — de coii»cience, gewetensvrijheid, v.; deinander la —, verlof vragen; —té», f. pl. vrijheden, v.; vrijdommen, m.; II prend trop de —té» avec ae» »uperieur», hij veroorlooft zich te veel vrijheden tegenover zijne meerderen; —tieide, a. (lat. liber tas, liberté; caïdere, til er) vrijheidmoordend; —tin, ine, a. (lat. liber tin us, affranchi) losbandig, uitgelaten; ongebonden; f vrijdenkend; m. lichtmis, zwierbol; vrijgeest; —tinage, m. losbandigheid, ongebondenheid, v.; -tiner, v. n. fam. een los, ongebonden leven leiden.

Lihidineux, eu»e, a. (lat. libidinosus) wellustig, ontuchtig.

Lihitinaire, m. lijkbezorger (bij de Ouden).

Libitum, ad —, adv. naar believen.

Libouret, m. makreellijn, v.

Libraill l'P. m. rl.lt. I i n#» r Knul,..n...

kooper, boekhandelaar; — ainbulant,colporteur, reizend boekverkooper; -rie, f. boekhandel, boekwinkel, m.

Lihration, f. schijnbaar slingerende beweging der maan om hare as, v.

Libre, a. (lat. liber) vrij, vrij van, ontheven van...; openhartig, ongedwongen; vrijpostig; un mouvement —, eene vrije beweging; avoir un air — et dégagé, eene vrije en ongedwongen houding hebben; avoir la voix, la parole —, eene duidelijke stem hebben; ook: vrij durven spreken; Ie — arbitre, de vrije wil; vou» ète» -, II vou» e»t -, — a vouw de sortir ou de renter, het staat u vrij uit te gaan of thuis te hliivan* _

vrijhandel, m.; papier —, niet aan zegel onderworpen, ongezegeld papier; ventre —, open lijf; ver» —», vrije verzen (ongelyk van maat); étre —, meester van zijn' tijd zijn; ville» —«, vrije steden (in Duitschland).

Li bre-ec Innige, m. vrije handel, vri jhandel, m.

Lihre-echaiigi»te, m. voorstander van den vriien handel, vrijhandelaar; pl. de» libree<-liaiigi»te».

Libreiiient, adv. vrijelijk, ruiterlijk, ongedwongen; vrijuit, rondborstig, vrij moedigi ijk.

Libre-pen»eur, m. vrijdenker.

Librettiste, m. dichter van den tekst eener opera, m.

Libretto, m. (mot. ital.) tekstboekje eener opera.

Liburne, f. klein oorlogschip (bij de Ouden).