is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—, tot morgen vroeg; lew porte» du —, de dugeraad; un de re» quatre —8, binnenkort; Ie — de Pannée, de lente, v.; —, adv. vroeg; mp lever —, vroeg opstaan.

Matina||l, «Ie, a. morgen..., uchtend...; vroeg opstaand; rowée —e, ochtenddauw, m.; — leiiient, adv. vroeg, vroegtijdig, in den vroegen morgenstond.

Matineau, m. kleine bulhond, waakhond, herdershond, enz., m.

Mati||née, f. morgentijd, morgen, voormiddag, m.: dormir la fgraMtte —, fam. een gat in den dag slapen; —, middaguitvoering,-voorstelling, v.

Matiner, v. a. dekken, bespringen (van honden).

Matiflne*, f. pl. (rad. ma tin) vroegmetten. v.: morgen- of ochtendgebeden in de Roomsche kerk; kerkboek met de ochtendgebeden; —neux, euse, a. gewoonlijk vroeg opstaand; —nier, ière, a. tot den ochtend behoorend; élolle _iii<°>r<v or.htendster. morgenster. Venus.

Matir, v. a. mat of dof maken; goud of zilver opkoken.

Matité, f. matheid, dofheid, v.

Matoir, m. graveerijzer; matbeitel, stempelhamer, m.

Matolli», oise, a. f. fam. loos, listig, doortrapt; Ou —, m. looze schalk; la —»e! die looze feeks! — «erie, f. fam. loosheid, doorslepenheid; bedriegerij, v.

Matou, m. kater.

fnr. Irak m. distilleerkolf met langen

en nauwen hals, v.; retort, v.; -{-zware kruisboogpijl, m. *

Matrii, faire, f. moederkruid; —ce, f. (lat. matrix) baarmoeder; matrijs, metaalmoeder, v. (vorm, waarin de letters gegoten worden); stempel van de munt, m.; ijkmaat, v.; register, legger (der belastingen enz.); — ce, a. f. langde —, moedertaal, v.; eglise —, moeder- of hoofdkerk, v.; couleur —, hoofdkleur, waaruit de :m<l«re kleuren worden samengesteld, v.: —cide.

in. moedermoorder; — eiel, elle, a. tot het register (der directe belastingen) behoorend; —eulaire, a. ingeschreven in het register, op iIh ml • m. iniresehrevene. on de rol beschrevene:

—eule, f. (rad. matrice) register, waarin de namen geschreven worden; naamlijst, naamof stamrol, v.; inschrijving op de naamlijst, de naamrol, v.; —monial. «Ie, a. (lat. matrimonium, mariage) echtelijk, huwelijks...; — nioiiialenieiit, adv. in huwelijk.

Matrone, f. (lat. matrona; de mater, mère) statige en reeds bejacrde vrouw, matrone; vroedvrouw.

Matte, f. ruwsteen, kopersteen, m. (na eerste smelting van het erts).

M»t4tw>uii. m. nakie Lvonsche ziide.

Matujlratif, Ive, a. (lat. maturus, mür) rijpmakend (bij gezwellen); m. gezwellen rijpmakend middel; — ration, f. rijpwording, v.

MAture, f. de gezamenlijke masten van een schip, m.; masthout; het masten (van schepen); mastkraan, v.; mastenmakerij, v.

Maturité, f. (lat. maturitas; de maturus, mür) rijpheid, volwassenheid, v.; flg. «vee —, na rijp overleg.

Matutlüuaire, m. mettenboek; —nal, ale. a. tot de vroegmetten behoorend; ochtend..., morgen...; autel —, klein altaar.

Mau||dire, v. a. (lat. maledicer e; de male, mal; dicere, dire) vervloeken, vloeken, verwenschen; Dieu iiiaudira les mee liantn, God

zal de goddeloozen veroordeelen, verwerpen; f—dissou, m. fam. vloek, m.; vervloeking, v.; beter: Malédlrtion; —dit, ite, part. et a. vervloekt, verwenscht; uil — eliemin, een ellendige weg.

Mauge, Maugère, f. scheepsgoot van leder of van geteerd doek, v.; spijgatklep, v.

Maiigiron. m. soort van pruim, v.

-j-ütaugrebleu, interj. (maugré Dieu = malgré Dieu) verd... (vloek).

Manereer, v. n. fam. vloeken, uitvaren.

-j-Maupiteux, a. wreed, onbarmhartig; fam. faire Ie —, veel klagen en kermen zonder reden.

Maiiaolée, in. (lat. Mausoleum, grec Mausoleion, célèbre tombeau élevé a Mausole, roi dc Carie, par sa veuve Artémise) praalgraf, pronkgraf.

Maussa||de, a. (lat. male, mal; sapidus, qui a de la saveur) morsig, slordig; lomp, norsch, vervelend; somber, naar (van 't weder);—dement, adv. op norsche, vervelende, lompe wijze;

— (ïeiie, I. SlllUKeiuusneiu, uiiucvaniguciu,

gemelijkheid, v.

.Iinil >ilin, «iinr , a.. oicvin, "uvvu, '

schadelijk; — ange. duivel; —e volonté, kwaadwilligheid; — Geil, booze blik, kwaad oog, dat ongeluk aanbrengt (jettature); je trouve

— <|tie, ik keur het af dat...; avoir —e mine, er slecht uitzien; prendre en —e part, kwalijk nemen, ten kwade duiden; —, m. het kwade; fam. faire Ie —, ruzie zoeken: adv. slecht, kwalijk; *entir —, kwalijk rieken; il fait —, het is slecht weer; — vai»einenf, adv. schandelijk.

Mau||ve, f. (lat. mal va) maluwe (zekere plant), v.; meeuw, v.; — ro»e, stokroos, v.;

— vette, f. rondbladige geranium, v.; —\iette. f. leeuwerik, m.; teer, tenger kind, persoon;

— Vin, UI. KuiiiccuiVcrm, in.jiuuuuiuiiicnjoiw, ».

Maxillaire (pr. ak-«i), a. (lat. maxilla, m:\choire) tot de kinnebakken of kaken behoorend; om —, kakebeen.

MaxiII ine. i. gronasiag, gronuregei, ui., ma.time, v.; —nier, v. a. den hoogsten prijs bepalen; —iiiuiii (pr. ome), m. (mot lat. qui signilie le plus grand) maximum, de hoogste graad eener grootheid; hoogste verkoopprijs, m.

MayoiinaiHe, f. soort van saladesaus van koud gevogelte, zeekreeft, enz.

Mazagmn, in. kuiiiü in een gius, >. Mazarinade, f. schimpschrift op Mazarin. Mazarin, m. bekertje van gewoon glas. Mazarine, f. gebak, van amandelen, van confituren.

Mazette, f. slecht, mager paard; knol, m.; fig. fam. slechte speler.

■ • ■ ** i,.. e n:..

niazurita. <»u jinnuimi, i. iHimuv"' »«>•

Me, pr. mij.

Mea-rulpi'i. m. door mijne schuld; iliro non —, schuld bekennen, berouw over zijne verkeerdheid gevoelen; pl. ile» mea-culpa.

Mcandre, in. (noin d'une rivière de 1'Asie Mineure au cours sinueux) (in dichterlijken stijl) kromte, bocht eener rivier, v.; golvende versiering, v.; slingerlaan, v.; slingerraud, m.

Méat, m. (lat. meatus) gang, v.; kanaal; buis, v.; — audalif, gehoorgang, v.

Micallllrieti. m. werktuigkundige, mechanicus; machinist; —rlfiinr, f. naaister met de machine; —rité, f. werktuiglijkheid, v.; —<|ue. a. werktuiglijk, mechanisch; prmw —.snelpers; -<|iie, f.(lat. mechanicus) werktuigkunde, v.