Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mi na 111| der, v. n. (rad. mine) zich op eene gemaakte wijze zoeken aangenaam te maken, mal behaagziek zijn; — derie», f. pl. gemaakte, behaagzieke manieren; —dier, ière, a. gemaakt en behaagziek; m. etf. behaagziek man, nuffig, behaagziek meisje.

Min||ce, a. dun; fig. klein, gering, schraal, sober, onbeduidend; taille —, slanke taille, v.; ordre —, breede slagorde (tegenoverg.: ortlre profond); pop. un minc-e, een bankbiljet; —eer, v. a. in kleine stukken snijden; — ceur, —rité, f. dunheid, v.

Mine, f. gelaat, gezicht, aanzien; mijn, bergwerk; kruitmijn, v.; fig. heimelijke aanslag, m.; erts, oude Fransche graanmaat (78 liter); oude Grieksche munt (GOste gedeelte van een talent); il a honne —, il a de la —, hij ziet er goed, gezond uit; il paie de —, zijn uiterlijk bedriegt (hij ziet er gezond uit, maar is 't niet; of: hij heeft een goed voorkomen, maar is zonder verdienste); avoir la — d'avoir fait qt'h., iets schijnen te hebben gedaan; il fit — de partir, puit* il re»ta, hij deed alsof hij wilde heengaan, en bleef toen; faire hoime — a qn., iem. vriendelijk ontvangen; taire froide —, grise — a qn., iem. koud, onvriendelijk ontvangen; avoir la — longue, een lang gezicht trekken (van teleurstelling); faire bomie — a maiivais jeu, in ongunstige omstandigheden een goed gelaat toonen, zich groot houden; faire de» —», lonkjes geven, verliefd aankijken; afFeoter mie — grave, een deftig of ernstig gezicht zetten, eene ernstige houding aannemen; faire la —, stuursch aanzien; — de plomb, potlood.

M iner, v. a. ondergraven, ondermijnen; fig. uitteren, verteren, vernielen; — un bastion, een bolwerk ondermijnen; 1'eau mine la pierre. het water holt den steen uit.

Minerai, m. erts.

Minera||I, ale, a. delfstoffelijk, ertsachtig, mineraal; m. delfstof, v.; règne —, delfstoflenrijk; — Imatenr, triee, a. verertsend; m. verertsende stof, v.; ertsvormer, m.; — li*ation, f. mineraliseering, v.; — li»er, v. a. mineraliseeren, verertsen, versteenen; — li»te, m. delfstof kundige, verzamelaar van delfstoffen; —logie, f. delf-, mijn- of bergstof kunde, mineralogie, v.; — logique, a. tot de delfstofkunde behoorend; — logiste, m. delfstofkundige; — logue, m. verzamelaar of kenner van delfstoffen: —lurgie, f. geschriften over de mineralen.

Miner || val, m. schoolgeld, collegiegeld; — val, ale, a. aan Minerva gewijd; —vale», f. Romeinsche feesteu ter eere van Minerva.

Minerve, f. Godin der wijsheid; riiner malgré —, slechte verzen maken.

Minet, m. Minette, fam. kat, poes, v.

Mineur, eure, a. (lat. minor) minderjarig, onmondig; kleiner; frêres —minderbroeders; Ie» quatre (ordre») —s, de vier lagere geestelijkeorden; l'Asie Mineure, Klein-Azië; »ixte —e, kleine sext; —, m. minderjarige; —e, f. minderterm, tweede stelling eener sluitrede, minor; —, m. (de mine) mijnwerker; (»apeur) —, mineur, mijngraver.

Miniaüteur, m. schilder in miniatuur; —ture. f. (rad. minium, substance employée par les enlumineurs de manuscrits) roode met menie geschilderde letter (aan 't begin van hoofdstukken in handschriften, misboeken enz.), v.; fijn schilderwerk in gomwaterverf, v.; portret in 't klein, miniatuur; keurig bewerkt kunstvoor-

| werpj e'e»t une jolie petite —, 't is een

allerliefst klein meisje; — turiate, m. et f. schilder in miniatuur, fijnschilder.

Minicule, f. uiterst klein gedeelte.

Mi||nier, ière, a. op mijnen, bergwerken betrekking hebbend; inau»trie —ière, f. mijnindustrie, v.; —ière, f. berg- of mijngroeve, v., in de open lucht gegraven.

Minima (a), loc. lat. (mots lat. qui slgnifient de la plus petite) van den laagsten graad, van de minste soort; appel a —, beroep van 't openbaar ministerie van een vonnis wegens te geringe straf; zie ook Minimum.

Mini||e, a. (lat. minimus) zeer klein of gering; donkerbruin; m. soort van Franciskaner monnik; frère —. m. minnebroeder; —mum (pr. mome), m. (mot lat. qui signifie la plus petite chose) kleinste graad, tot welken eene grootheid kan gebracht worden, minimum; prix —, laagste prijs.

Mini»||tère, m. (lat. ministerium; de ministrare, rógir) ambt; dienst, m. ambtsverrichting; bemiddeling, hulp, v.; ministerie, v. ministerschap; Ie — public*, het openbaar ministerie (procureur-generaal, officier v. justitie); —tériali»me, m. verkleefdheid aan het ministerie, v.; —têriel elle, a. ministerieel; officier» —s, openbare ambtenaren (die bevoegd zijn tot het opmaken van zekere acten, notarissen, procureurs, deurwaarders, enz.); un —, een aanhanger van 't ministerie: —terielleuient, adv. in den ministeriëelen vorm; —tral, ale, a. geestelijk, herderlijk; —tre, m. (lat. minister, serviteur) minister: gezant; fig. werktuig, bewerker; — plénipotentiaire, , gevolmachtigd minister; — du saint Kvangile, de la parole de Dieu, ieeraar bij den Hervormden Eeredienst; — du Seigneur, »aint —, (katholiek) priester.

Minium (pr. nioiiie), m. (mot lat.) menie, v.

Mimie»iiiger, m. minnezanger.

Minoi», m. fam. aardig gezichtje.

Miuon. m. fam. katje, poesje.

Minoratif, a. et m. zacht afdrijvend (geneesmiddel).

Minorité, f. (lat. minor, moindre) minderjarigheid. onmondigheid, v.; kleiner getal; minderheid, v.

Minorquin, e, a. van of uit Minorka.

Minot, m. oude Fransche inhoudsmaat, v. (= lk mine, 39 liter).

Minotaure, m. stiermensch (fabelachtig monster).

Miiio||terie, f. (lat. minutus, rendu menu) meelfabriek, v.; meelhandel, ni.; —tier, m. meelbereider, meelhandelaar.

Minuit, m. middernacht, m.

Minuscule, a. (lat. minuscu lus) klein (van letters); (lettre) —, f. kleine letter, v.

Minu taire, a. origineel (van akten b.v.); —te, f. (lat. minutus, menu) minuut, v.; het zestigste deel van een uur, zestigste gedeelte van een graad; klein schrift; concept, ontwerp, minuut, v. (het eerste ontwerp, het oorspronkelijke of het origineel eener acte); minuutglas (soort zandlooper); a la —, oogenblikkelijk, terstond; e'est un homuie a la -, 't is een man van de klok; cótelette» a la —, snel gebraden en opgedischte ribbetjes; —! dadelijk! zoo aanstonds! —ter, v. a. ontwerpen, opstellen, op papier stellen; fig. heimelijk bewerken, smeden; — terie. f. minuutwerk, wijzerwerk (van een uurwerk); minuutwijzer,

Sluiten