Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Orillee, m. (Int. orifioium, de os, oris, bouche; facere, faire) mond, m.; opening, v.

Orillaiiuiie. f.(lat. aurea flamma, (lamme dor) kleine vaan, v., vaandel, standaard of standerd der oude Franscbe koningen, m.

Orjgnii, m. orego, marjolein (zekere plant), v.

Originaire. a. oorspronkelijk, afkomstig; langue —, moedertaal, v.: deiuande —, hoofdaanklacht, v.; —rcment, adv. oorspronkelijk.

Originn l. nle, a. oorspronkelijk, origineel; —, m. oorspronkelijk schrift; oorspronkelijk kunstwerk, oorspronkelijk schilderij; oorspron-

o^uiyvci, uitguieei; ng. naive gek. zonderling mensch: snvoir qcli. cl"—, iets uit eene

6"^ "i'vu, Kiunuig ui /.eKtir weien; — lelltellr. adv. op origineele of oorspronkelijke wijze; —lile, f. oorspronkelijkheid; zonderlingheid, v.

Origiüne, f. (lat. origo, originis; de oriri, surgir) oorsprong, aanvang, m.; afkomst, geboorte, bron, v.; dans I'—. in den beginne; «les 1'—, van den aanvang af; —nel. Ie, a. oorspronkelijk, aangeboren; pérlié —, erfzonde, v.; —nellenieiit. adv. oorspronkelijk, uit den oorsprong.

Orlgiinl. yOrigiiar, m. Canadeesche eland, m.

Orillnrd, r, a. zie Orelllard.

Orillon. m. klein oortje; hengsel, handvat.

Orin, m. lijn, v. aan het einde van een net. dat langs den bodem der zee strijkt; boeireep, m.; — de Killere, kabeltouw, bij wijze van boeireep.

Oi'iiigiier. v. a. het anker met den boeireep

«non, m. urion, m. schitterend sterrenbeeld aan den zuidelijken hemel.

Oripenu, yOrpeall, m. klatergoud; lig. klatergoud, valsch vernuft.

Or||le, m. zoom, rand, m.; —Ie, ee, a. met een binnenzoom of kraag voorzien.

Orléa'lnais, «•, a. uitof van Orleans: — nlsine, m. staatsstelsel van 't huis van Orleans; — nisle. in. aanhanger van 't huis van Orleans.

Orléaiift. m. wijn uit Orleans, m.; -, f. lichte katoenen of wollen stof, v.

Orlef, m. bovenplat eener kroonlijst.

Orümaie, Ormoie, f. olmbosch; -ine, m.olm, olmboom, iep, ijp, m.; lig. attendre sou* I'—, vertrouwen in iets hebben ; attenriez-moi hou* r—, ja wel, te St. Jutmis, als de kalveren op . ... : .... ... y

ïi« iMt-rtu, m.uiinoi iep, m.:

—mille, f. zetplant van olm of iep, v.; heg van kleine olmen of iepen, v. öniiln,m.scharlei,v.,8charleikruid (soort salie). Ornioie. f. zie Ormaie.

Ome, Ornier, m. wilde esch, m.; vore, v.: tusschenruimte tusschen de wijnstokken, v. Orneümaniate, m. versierder, decorateur;

— ment, m. (lat. om amen tum) versiering, v.; versiersel, sieraad, ornament; —pl. priesterlijke kleederen; lig. begaafdheden, v.;

— mentalre, —mental, e, a. versierend; plantea -mentale», sierplanten, v.: -meiitation, f. net aanbrengen van versieringen; —menter, v. a. versieren, versieringen aanbrengen; — men* tlate, m. versierder, decorateur.

öriier, v. a. (lat. oma re) versieren, opschikken, tooien, oppronken; homine ornê, zeer geleerd man.

Oriiiêre. f. spoor, wagenspoor; route a — h, spoorweg, m.; ftg. auivre I'-, de oude sleur volgen.

Ornitlio ..., in samenst.: vogel.... Ornithogale, f. veldaiuin, m., vogelmelk, v.;

— litlies, m. pl. versteende gedeelten van vogels,

vogelsteenen, m.; — logie. f. (gr. ornis, ornithos, oiseau; logos, traité) beschrijving der vogels, v.; — loglate, logue, m. vogelkenner, vogelkundige; — inanc(i)e, f. waarzeggerij uit de vlucht der vogels, v.; — phile, m. vogelliefhebber; —r(r)hynque, m. vogelbekdier.

Orobanelie, f. bremraap, v. (plant).

Orobe, m. woud- of bergerwt, v. orobus, m.

Orogra II pliie,f. (gr. o r o s, montagne; g r a p h ó, je déens) orographie, bergbeschrijving, beschrijving der bergen, v.; — pliique, a. tot de orographie (bergbeschrijving) behoorend.

Orunge, f. cierpaddenstoel, m.

Orpailleur, m. goudwasscher, goudzoeker, in het zand der rivieren.

Orpheülhi, m. Ine, f.(lat. orphanus)weeskind; weesjongen; weesmeisje; — de père, vaderloos kind; lea Orplielina, het weeshuis; — li na ge, m. ouderloosheid, v.; —linat, m. weeshuis.

OrohéoÜn. m. fd'Ornh Óp.. nprsnniiaiTP mv-

thologique célèbre comme musicien) zangschool; zangvereeniging, liedertafel, v.; — nlque. a. op eene liedertafel betrekkelijk; emieoura —, zangwedstrijd; — niate, m. lid eenerliedertafel.

ürphique, a. Orpheus betreffend.

Orpliie, f. hoornsnoek, hoornvisch, m.

Orpiment, m. geel zwavel-arsenik, operment.

Orpin, m. sedum,, schotkruid, muurpeper.

Orque, f. zie Kpaulard.

Orréry, m. planetarium.

Orwe, m. wind- of loefzijde, v.; bakboord.

Oraeille, f. verfmos (zeker mos. dat on il«

steenen groeit en tot verven gebruikt wordt). Oraer, v. n. loeven.

fOrt, m. peaer —. bruto, d. i. met de verpakking (tara) wegen.

Orteil, m. (l,at. articulus; de artus, membre) teen of toon van den voet, m.

Ortlio (gr. orthos, droit) in samenst.: recht. Ortho lldo&e. a. (Dréf. ortho et. srr. dn va.

opinion) rechtzinnig, rechtgeloovig, orthodox; echt, juist; — a, m. pl. rechtzinnigen: — doxie, f. rechtzinnigheid, orthodoxie, v.; — dromie, f. rechte koers van een schip, m.; — épie, f. leer van de ware uitspraak, v.; — gonal, ale, a. rechthoekig; —gonalement, adv. rechthoekig.

OrtllO irraulip. f. l'nróf. n rt h n Pt err crranhi'.

j'ecrisj spelling, v.; — graphie, f. voorwerp in loodrechte projectie; opstand, m. (teekening of voorstelling van een voorwerp of gebouw, zooals het zich in zijne verhoudingen aan 't oog vertoont); loodrechte doorsnede van een vestingwerk, v.; — graphier, v. a. juist spellen in het schrijven; — grapliiqne, a. tot de juiste spelling behoorend. ortho&ranhisr.h: rtp looHrp.r.htp nm-

jectie betrelTend; — grapliiate, m. kenner der spelling, schrijver over de spelling.

Ortliologie, f. (pref. ortho et gr. logos, discours) kunst van zich juist uit te drukken, v.

Ortliopêüdie, f. (pref. ortho et gr. pais, paidos, enfant) orthopedie, heilgymnastiek, v.; —dique, a. orthopedisch, de bestrijdingen der lichaamsmisvormingen betreffend; — diate, m. heilgymnast, bestrijder der lichaamsmisvormingen.

Orthopnée. f. zware ademhaling, aamborstigheid, v.

Ortlioptèrea, pl. m. rechtvieugelige insecten.

Ortle. t. (lat. lirtic:i. rln nrprp hriMon

netel, brandnetel, v.; fig. jeter le froe aux -s. den mantel op den tuin hangen (don geestelijken stand, eene betrekking vaarwel zeggen).

Sluiten