Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pontil||lage, m. nopping van het laken, v.; het glas slijpen; —Ier, v. a. glazen platen slijpen.

Pontins, m. marais —, ni. pl. de Pontij nsche moerassen (groote moerassige streek bij Rome).

Pont-levis, m. ophaal-, valbrug, v. pl. de» ponts-levis.

Pont-Xeuf, m. brug in Parijs; vieux romine Ie —, oud en afgezaagd; we portel' conime

Ie —, zeer welvarend zijn; pont-neuf, m. straatdeuntje; pl. des pont-neiifs.

Pontoise, naam eener Fransche stad: d'ici a —, zeer lang; prov. avoir Pair de revenir de —, er onthutst, bedremmeld uitzien.

Poiitolln, m. schipbrug, pont,v.; onderlegger, legger (licht vaartuig), m; tot gevangenis ingericht oud oorlogsschip; plat vaartuig, om zware lasten te vervoeren, lichter, m.; — nage, m. bruggegeld; veergeld.

Ponton-cureur, m. modderpraam, baggerschuit, v.; pl. des poiitons-eiireurs.

Pontonnier, m. pontvoerder, veerman; ontvanger van het bruggegeld; pontonnier (soldaat).

Poiitiiseau, m. metalen roede. v. over de koperdraden der papiervormen; streep op het papier, v. (door deze roeden ontstaan).

Pope, m. pope, priester der Grieksche Kerk.

Popeline, f. kleeding- en meubelstof, popeline, v.

Poplité, ée, a. (lat. poples, poplitis, jarret) tot den knieboog behoorend.

Popote, f. soep, v. (kindertaal).

Popula||ce, f. het gemeene volk, gepeupel, grauw; —eier, ére, a. van het gepeupel, aan het gepeupel eigen.

Popiilai||re, a. (lat. populus, peuple) het volk betreffend, volks...; gemeenzaam, populair; opinion —, volksmeening; préjuge —, volksvooroordeel; —, m. het lagere volk; —remeiit, adv. op gemeenzame wijze, op populaire, algemeen verstaanbare wijze.

Populaüriser, v. a. populair maken; verstaanbaar, nuttig voor het algemeen maken; mp —. zich bii het volk bemind maken: —rité.

f. gemeenzaamheid, vriendelijkheid; volksliefde, volksgunst, v.; — tion, f. bevolking, populatie, v.

Populéum (pr. ome), m. (lat. populus, peuplier) populierzalf, v.

Populeux, euse, a. volkrijk, dicht bevolkt.

Populo, m.fam.dik, mollig, kleinkind; hoop van kleine kinderen, m.

Populus, m. wetens happelijke naam van den populier, m.

Poque, m. het pochen, pochspel (zeker kaartspel).

Poquer, v. a. pochen (zeker kaartspel); een bal zóo in de lucht werpen, dat hij bij 't neervallen niet rolt, doch blijft liggen.

Poracé, Porracé, ée, a. groengeel, groenachtig (als prei).

Pore (pr. por), m. varken, zwijn; varkensvleesch: fig. morsig en schrokkig mensch; soies de —, varkenshaar.

Poreelai||ne, f. porselein; soort van zeeschelp, v.; — de la Chine, du Japon, de Kaxe, Chineesch, Japansch, Saxisch porselein; biscuit de —, ongeglaceerd porselein; peindre. dorer sur —, op porselein schilderen, vergulden: clieval —, grijs en blauw gevlakt paard; —nier, m. niére, f. porseleinverkooper, -verkoopster; a. rindustrie — niére, de porseleinindustrie.

Porcelet, m. duizendbeen, pissebed, m.; varkentje (in de kindertaal).

Porc-épic (pr. porképic), m. stekelvarken; pl. des porcs-épic*.

Poreliaison, f. tijd der wilde zwijnenjacht, m. als de zwijnen het vetst zijn.

Porche, m. (lat. porticus)ingang, m. voorportaal eener kerk.

Por||clier, m. (rad. porc) varkensdrijver of -hoeder; — ehère, f.varkenshoedster; — clierie, f. varkensstal, m. varkenskot.

Porcin. e, a. op 't varken gelijkend, zwijnachtig; la race —e, het zwijnengeslacht.

Porc-iiiarin, zeevarken; bruinvisch, m.; pl. des porcs-marins.

Pore-sanglier, m. wild varken, wild zwijn; pl. des porcs-sangliers.

Pore, m.(gr. poros, passage)porie, opening in de hand, v. zweetgat, luchtgat; — biliaire, m. galbuis, v.

Poreux, euse. a. sponsachtig, poreus, vol poriën, kleine openingen of gaatjes.

Porion, m. mijnopzichter.

Porisine, m. (gr. po ris ma) stelling, v. die uit gegevens afleidingen maakt.

Pornograllplie. m. (gr. pornographos, de po mé, prostituée, et grap hein, écrire, décrire) ontuchtig schrijver, teekenaar; —pliie, f. ontuchtig geschrift, ontuchtige teekening enz.

Porosité, f. sponsachtigheid, poreusheid, porositeit, v.

Porpliyüre, m. porfiersteen, m. (soort van bonten marmersteen), m.; —risation, f. het zeer fijn wrijven, b. v. van verven op porfiersteen; —riser, v. a. zeer fijn wrijven (op porfiersteen).

Porpliyrogénéte, a. (gr. porphurogen«itos, né dans la pourpre) in 't purper geboren (van keizerskinderen).

Porques, t'. pl. kattespoor, knieën tot versterking van het timmerwerk der schepen.

Porracé, Poracé. ée, a. groengeel, groenachtig (als prei).

Porreau, m. gemeen look, prei, v. (poireau).

Porrection, f. (lat. porrigere, tendre)overhandiging der orden bij de Minderbroeders, v.

Porrillgineux, euse, a. met zemeluitslag behept; —go, m. zemeluitslag, m.

Port, m. haven, zeehaven; aanlanding, v.; het dragen; dracht, v. last, m.; scheepslading, grootte der schepen; houding, v. gelaat, wezen; briefport; vracht, v.; het overvoeren der goederen; draagloon; — de relaclie. ververschingshaven; — franc, vrijhaven; — militaire, oorlogshaven: — inarehand, koopvaardij haven; — de niarée, tijhaven, v.; arriver a bon —, in behouden haven binnenloopen; fig. gezond en

wei aanKomen; a non —, iam. in uenouaen haven; — d'arines, m. het dragen der wapenen; het recht om wapenen te dragen; — permis, m. vrijgoed, vrij pakkage (hetgeen een scheepsofficier of matroos voor zijne rekening laden mag): navire du — de 800 tonneaux, schip van 800 ton; payer tant par kilogramme pour Ie — de ses e flets, zooveel per kilo voor de vracht van zijn goed betalen; (payé) franc de —, franco, gefrankeerd; avoir ses —s francs, vrij port hebben (v. ambtenaren); — de voix, stembuiging van een' lagen naar een' hoogeren toon, v.; avoir Ie — d'une reine, de houding, het voorkomen van eene koningin hebben; elle a Ie — majestiieiix, zij heeft eene statige houding.

Sluiten