is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. uitzettend, verdunnend: —fier. v. a. (lat. rarus, rare; face re, faire) uitzetten, verdunnen.

Rare||ment. adv. zelden, schaars; — té, f. zeldzaamheid, v.; hoedanigheid van een uitgezet lichaam, v.; —s, pl. zeldzaamheden, rariteiten, v.

Rarissime, a. fam. zeer zeldzaam.

Ras, e, a.(lat. rasus, part. passé de rader e, raser) geschoren, kaal; kortharig; effen, vlak; gestreken vol; table —e, koperen plaat, waarop nog niet gegraveerd is, v.; fig. faire table-e, schoon schip maken; boisseau —, iiiesure —e, vlakke maat, v.; batinient —, open vaartuig; au — (dl') 1'eau, gelijk met het water; — m. hevige strooming in eene zeeëngte (zie ook raz); ras, gladde stof; gevaarlijke ondiepte of

,"V't '' * ' raais, raaeaui

kielvlot,werkvlot(waaropdekalfateraars werken.

Kas ade. f. boordevol glas; hoire fbrce —s, duchtig drinken, pooien; —ant. ante, a. bestrijkend; fam. vervelend; —e, f. scheepspek of pik, smeer; —eiiient, m. slechting, slooping, afbreking, v.; —er, v. a. (lat. radere) scheren; afbreken, slechten; fig. dicht voorbijgaan, afschampen; fam. vervelen; prov. un barbier rase l'autre, collega's helpen elkaar, de eene hand wascht de andere; — mi

oiuupen; — uite maison,

een huis tot den grond afbreken; les liirondelles rasent Ie sol, de zwaluwen scheren (langs) dei) grond; re cheval rase Ie tapts, dit paard licht de voeten niet hoog genoeg op; —, v. n. niet meer teekenen (van paarden); zich bukken, verschuilen (van wild sprekend); «e —, v. pr. zich scheren; —ette. f. dun ras (zekere stof); stemdraad voor de orgels, m.; kleine tuinhark, v.: —Meur, m. scheerder (van stoffen); fig. pop. c'est un — f het is een vervelende kerel.

Rasibus (pr. buce), prép. fam. rakelings langs.

Rasiére, f. zekere korenmaat, v.

Rasoir, m.scheermes; euira —,aanzetriem,

m • nnuiifl :I J ' _ i , '

" F'r"'«nn ut-» -b, ai regencie het baksteenen, al was 't ook nog zulk slecht weer.

ItaNHade, f. glaspaarlen, glaskoralen, v.

nasHfiwi lanie. a. te verzadigen, verzadelijk; —ant, ante. a. verzadigend; — enient, m. verzadiging, v.; —er, v. a. verzadigen; se —, v. pr. zich verzadigen, verzadigd worden.

Rasse, f. groote kolenmand, v.

Kassein || bleinent, m. het verzamelen, bijeengaren; samenloop, m.; groote oploop, m.; —bier, v. a. bijeenbrengen, bijeenvergaderen, bijeenverzamelen, wederom in elkander voegen.

Kasseolr, v. a. weder zetten of plaatsen, opstellen of vast maken; se —, v. pr. zich weèr

«cuci gaan znten; oezinken; tig. zich gerust stellen, bedaren; Ie vin se rassied, de wijn wordt klaar, helder; zie ook Rassis.

Rasse ||rènement, m. wederopheldering, het weder helder worden; — réner, v. a. weder

ninivoii, uucu upKiaren, Kaïmeeren; se—, v. pr. weder helder worden, opklaren.

Rassiéger, v. a. weder belegeren.

Rassis, m. oud weder opgelegd hoefijzer; ~\P}; weder oplegging van hetzelfde hoefijzer, v. (bij het beslaan der paarden).

Rassis, ise, part. passé de rasseoir et a. weder gezeten; stilstaand, bezonken; oudbakken; fig. bedaard, gematigd, rustig; de

sens —, met bedaarde zinnen, in koelen bloede ; esprit — i gematigd en bedaard mensch, m.

Rassor|| timent. m. nieuwe sorteering, v.; —tir, v. a. van nieuwe waren voorzien.

Rasso||té, ée, a. verzot; —ter, v. a. doen verzot worden, verzot maken.

Rassujirant, ante, a. geruststellend; —rer, v. a. ondersteunen; weder gerust stellen, moed geven, een hart inspreken; aanmoedigen; se—, v. pr. weèr moed scheppen, zich gerust stellen.

RaHtacouere, Rastaquouére, m. pralende vreemdeling; vreemde oplichter.

Rasure, f. het scheren van het hoofd of den baard.

Rat, m. rat, rot, v.; mort aux —s, rattenkruit: avoir dfiM — M HmIIH lift tiWu mni7aniccan

in het hoofd hebben; — de oave, kommies; —, pop.rioolwerker: eindje waskaars; fam. gril. Rata, m. fam. ratjetoe, v.

Ratafia, m. ratafia (soort van likeur), v. Ratanliia, m. ratanhiawortel, m.

Rataplan, m. het trommelen.

Ratatillne. n. fit. a. nilri Pn cppimnolrl ouman.

gekrompen, verschrompeld; —ner (se), v. pr. krimpen, gerimpeld worden, verschrompelen.

Ratatouille, f. geringe hutspot, v.; slecht eten.

Rate, f. milt, v.; mal de —, miltziekte, v.; desopiler, dilater, épanouir la —, geweldig doen lachen; fig. décnarger sa —, aan zijn toorn lucht geven; il ne s*est pas foulé la

—, hij heeft zich niet doodgewerkt; —, f. wijfjesrat.

Raté, ée, a. gemist, niet geraakt; mislukt, niet gelukt; —, m. het ketsen, weigeren van t geweer; verongelukt, mislukt mensch.

Rateau, m. hark, v. hekel, m.: ireldharkip

van een crouDier: onrust., v. in hnrinrrpa* wprt

van sloten.

RAte||lage, m. het aan- of opharken; —lêe, f. harkvol, v.; —Ier, v. a. harken; —let, m. kleine hark, v.; —leur, m. harker, hooier.

euse, a. miltziek, miltzuchtig.

Ratelier, m. ruif (in een paardenstal), v.; wapen- of geweerstok; het gebit, de tanden, m.; ,in beau —, een mooie mond met tanden; — de perles, halssnoer van paarlen.

Rater, v. n. ketsen, weigeren, niet afgaan (van geweren sprekend); v. a. missen, niet treffen; fig. niet verkrijgen (in eene onderneming): — iine affaire, niet slagen in eene zaak, eene onderneming.

Ratier, lère, a. ratten...; chien —, ou —, m. rattenvanger (een hond)—, vol kuren; —iêre, f. rattenval, v.; lint werkersgetouw.

Ratillllratioii. f. heVAStiffinrr hpki'ar'htifi'intr

ratificatie, v.; —er, v. a. (lat. ratus, certain; facere, faire) bevestigen, bekrachtigen. Ratillon, m. kleine rat of rot, v.

Rati 'ne. f. ratiin fcfikftnp.rrin wnllt»r> atnft*

ratijnkleur, v., -ner, v. a. wollen stoffen noppen; —neuse. f. ratineermachine, v.

Ratiori! nat ion, f. verstandig oordeel; —ner, v. n. verstandig oordeelen of besluiten.

Ratio||n, f. dagelijksche portie eten voor soldaten enz., v.; dagelijksch voeder, rantsoen; — de bord, scheepsrantsoen; —nal, m. borstlap der hoogepriesters, m.; — nalisme, m. aanwending van het verstand tot beoordeeling en onderzoek van de gegevens der ervaring; —naliste, m. aanhanger van 't rationalisme; —nnel, elle, a. (lat. ratio, raison) evenredig; verstandig.