is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of schokken; —er. v. a. (lat. succutere) j schudden, afschudden, sterk heen en weer bewegen; fig. il ne fait qu'eii — les oreilles, dat laat hem volkomen koud; fig. — qn., iem. uitschelden; se —v. pr. zich uitschudden (uit)geschud worden; fig. de handen uit de mouw steken; den moed niet laten zinken; —eur, m. euse, f. schudder, schudster.

Seeou||rable, a. behulpzaam, dienstvaardig; —rir, v.a. helpen, ondersteunen, bijstaan; se —, v. a. zich of elkander helpen.

Secours, m. hulp, v. bijstand, m.; hulptroepen, m.; ontzet; appelerau —, te hulp roepen; crier au —, om hulp roepen; au —, help! soeiété de — mutuel, vereeniging tot onderling hulpbetoon, v.

Seeousse, f. (rad. secouer) schudding, v. schok, stoot, m.; aanval, m.

Secret, éte, a. geheim, heimelijk; achterhoudend; tribuual —, biecht, v.; —, m. geheim, geheimenis, v.; verborgenheid, verborgen plaats, v.; heimelijke, verborgen veèr, v.; ètre claus Ie —, ètre du —, in 't geheim zijn; mettre un prisouuier au een gevangene afzonderlijk, buiten alle gemeenschap opsluiten; eu —, adv. heimelijk, in het geheim; in vertrouwen; — d'art, de métier, kunstgreep, m.

Seeré|| taire, m. geheimschrijver, gerechtschrijver, secretaris; schrijftafel met laden, secretaire, v.; slangenarend, secretaris( vogel), m.; — d'Etat, staatssecretaris, minister; — tairerie, f. geheimkamer, kanselarij, secretarie, v.; —tariat, m. geheimschrijversambt, schrijversambt, secretariaat; bureau van een secretaris.

Seerè||te, f. stilgebedvóórdemis; — teuient. adv. heimelijk, bedekt, in het geheim.

Sécré||ter. v.a.(lat. secretare, fréquentatif de secernere, mettre k part) afscheiden, afzonderen; —teur, a. m. afscheidend; —(ion, f. afscheiding der vochten in het lichaam, v,; —toire, a. afscheidend.

See|taire, m. sectaris, aanhanger van eene secte; —tafeur, m. aanhanger of navolger van iemands gevoelen; —te, f. (lat. secta; de sectari, de suivre) gezindheid, v. aanhang, m. sekte, v.; faire — a part, faire —, alleen van zeker gevoelen of zekere menning zijn; —teur, m. (lat. sector: de secare, couper) cirkelsector, m.; gedeelte eener vesting; —tile, a. dat gekloofd, gespleten of gezaagd kan worden; —tion, f. snijding, snede; afdeeling, v.; wijk eener stad, v. sectie, v.; point de —, snijpunt; — conique, kegelsnede; —tioiinaire. m. aanhanger eener sectie tijdens de eerste Fransche republiek; — tiouiiemeiit, m. het afdeelen in sectiën; — tioniier, v. a. in verschillende afdeelingen, sectiën verdeelen.

Séculaire, a.(lat. snecularis) honderdjarig; anuée —, jubeljaar, het laatste jaar eener eeuw; vieillard —, honderdjarig grijsaard; poéine —, eeuwdicht.

Sécularij|sation, f. het wereldlijk maken, verwereldlijking, seculariseering, v.; het verplaatsen van den geestelijken stand in den wereldlijken; —ser, v. a. wereldlijk maken of verklaren, seculariseeren.

Sécu||larité, f. wereldlijke stand, m.; —lier, iére, a. wereldlijk; m. wereldlijk priester; wereldling, wereldgezinde; —liéreinent, adv. wereldsch, op wereldlijke wijze.

Seruiidu (pr. segondo), adv. ten tweede, in de tweede plaats.

Sécurité, f. gerustheid, zorgeloosheid, v.

Sedan, m. laken van Sedan; l'lioiiiuiede —, Napoleon III (na Scpt. 70).

Sédatif, ive, a. (lat. sedare, calmer) pijnstillend, bedarend; m. pijnstillend, bedarend middel.

Séden||taire, a. (lat. sedentarius, de sedere, étre assis) die veel zit; bestendig in eene plaats blijvend; die weinig of niet uitgaat; vle —, zittende levenswijze, zittend leven; garde nationale —, rustende schutterij; os —, zitbeen; —taireincnt, adv. stilzittend, zich niet veel bewegend.

Sédiinen||t, m. bezinksel, neerslag, m.; terrain de —, bezonken, aangespoelde grond; —taire, a. aangespoeld, bezonken.

Sédiütieuseuient, adv. oproerig, op oproerige wijze; — tieux, euse, a. oproerig, muitziek; twistgierig; —tion, f. oproer, opstand, m. muiterij, v.

Sedlitz, m. sel de —, Sedlitzer zout, bitterzout, zwavelzure magnesia, v.

Sédue||teur, m. triee, f. verleider, bedrieger; verleidster, bedriegster; —tion, f. verleiding, vervoering, v.

Sédui'lre, v. a. (lat. seducere, conduire a 1'écart) verleiden, bedriegen; wegsleepen, betooveren; —sant, ante, a. verleidend; bekoorlijk, wegsleepend.

Seduin, Sédon, m. sedum (schotkruid, muurpeper enz).

Segiiien||t, m. (lat. segmentum; de secare, couper) cirkelsegment; —taire, a. uit verscheidene segmenten gevormd; —ter, v. a. in segmenten verdeelen.

Segno, m. teeken.

Ségovie, f. Spaansche wol, v.

Ségrai||rie, f. gemeenschappelijk bosch, bosch dat gemeenschappelijk wordt bezeten; — s, m. afgezonderd, afzonderlijk gelegen bosch.

fSégrayer, Ségreyer, m. medebezitter van een bosch.

Ségré||yage ou Ségréage, m. boschrecht, boschcijns, m.; —gation, f. afscheiding, afzondering, v.; — ger, v. a. afscheiden, afzonderen.

Séguedille, f. seguidilla, soort van Spaansch nationaal gezang of dans, m.

Seiclie, zie Séclie.

Séide, m. (nom d'un esclave dévoué a Mahomet) dweepziek aanhanger.

Seigle, m. rogge, v.

Seigiieu||r, m. (lat. senior, vieillard) heer, bezitter eener heerlijkheid; vivre en —, en grand —, als een groot heer leven; Ie (irand Seigneur, de groote Heer, de Turksche Sultan; Ie Seigneur, de Heere; Kotre-Seigneur Jésus-Christ, Jezus Christus; prov. a tout —, tout hoiiiieur, men moet een ieder de eer geven, die hem toekomt; — riage, m. leenheerrecht; droitde—, muntrecht; —rial, ale, a. dat een heer toekomt of aan een heer behoort, leenheerlijk, heeren ...; — rialeuieiit, adv. volgens heerenrecht, als een heer; —rie, f. heerlijkheid, v. heerlijk goed; heerlijkheid (zekere titel), v.; Votre Seigneurie, uwe heerlijkheid.

Seille, f. (lat. situla) houten emmer, m.

Seillerie, f. houten vaatwerk.

Seiuie, f. kloof in den hoef van een paard, hoornspleet, v.

Sein, m.(lat.sinus, pli)boezem, m.borst,v.; schoot, m.; fig. het binnenste, het inwendige; donner Ie — a un enfant, een kind de borst geven, een kind zoogen; Ie — de l'Eglise, de