Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoot, de gemeenschap der Kerk; «lans le — de raboiidmice, te midden van den overvloed.

Seiiielie, f. door netten ingesloten ruimte, v. in een meer.

Sei||ne, f. zegen, v. (soort van trek- of sleepnet); —ner, v. n. met de zegen visschen.

Seing, m. (lat. signum, signe) onderteekening, handteekening, v.; — privé, geheime onderteekening, v.

SeiHzaiue, f. ^zestiental; pakgaren, paktouw; —ze. a. zestien; —, m. de zestiende.

Semèüiue, a. zestiende; — nieiiient, a. ten zestiende, in de zestiende plaats.

Séjoii||r, m. verblijf, vertoef, woonplaats, v.; permis de —, verblijf kaart, v. verblijfpas, m.; —nier, v. n. vertoeven, verblijven, zich ergens ophouden.

Sel, m. (lat. sal) zout; — commuii, — de cuisine, keukenzout; faire du —, zoutziedeji; blancliir le —, het zout raffineeren, graiu <l<> —. zoutkorrel: fiar. eros —. eemeene gees¬

tigheid, vuile ui, v.; aneedote au grow —, vuile aneedote; maiiger du pain a la croque au — (ou a la croque-au-sel), brood

met enkel zout eten; eet homilie vous mangerait a la croque au — (ou a la croqueau-Hel). die man zou u kunnen maken en breken; matiger qn. avec un grain de —,

iemand met huid en haar verslinden; — volatil, vluchtig zout; — iniiiêral, bergzout; — attique, attisch zout, geestige scherts, v.

Sélaeieiis, m. pl. kraakbeenvisschen.

Sèlani (pr. laine), Sélan,m. bloemenspraak, v. Sélection, f. (lat. selectus, choisi) uitkiezing, v.; — naturelle, natuurkeus.

Seléni||ate, m. seleniumzuurzout; — eux, i'iimo n. splpniir: Mf»l —. selenitrzuur zout.

Séleni||te, f. seleniet (soort van middelzout); maansteen, m.; maanbewoner; — teux, euse, a. gipsachtig, selenitisch; — um, m. selenium.

Sélénogra||pliie, f. (gr. selènê, lune; graphó, j'écris) maanbeschrijving, v.; —phique, a. tot de maanbeschrijving behoorend, selenographisch.

Sel||lage, m- het zadelen, zadeling, v.; —le, f. zadel, m. stoel zonder leuning, krukje (om op te zitten); fstilletje; stoelgang: metaalslak, v.; slijmholte, v.; bankje van een kalefatej er; zadelvormige bank, bok of ezel; ètre blei» en —, vast in den zadel zitten; fig. niet gemakkelijk zich den voet laten lichten; lig. — a tous chevaux, iets dat tot allemans dienst is; —, stoel, krukje; nog in: loc. prov. deineurer

nniru <!<»■■% —M l<> Clll IIHl' tlTIP. tUSSChen

twee stoelen in de asch zitten, weifelen tusschen twee dingen en zich beide zien ontsnappen; —, stilletje; aller a la —, pousser une —, stoelcMnir. nnt.histin? hebben: — de inouton, rug-

gestuk van een schaap; — ii ealfat, breeuwersgereedschapskistje, waarop hij zit, wanneer hij kalefatert; -Ier, v. a. zadelen; se —, v. pr. uitdrogen (van de aarde); —lerie, f. zadel- of tuigkamer, v.; —lette, f. kleine zadel, m.; lage stoel, m.; laag zitbankje; soort gezelschapsspel; — de decrotteur, voetbankje van den schoenpoetser; niettre sur la —, een beschuldigde op 't armezondaarsbankje zetten; fig. tenirqn. sur la —, iemand lang uitvragen; —lier, m. viiHolmalpr tiiio-mMkp.r.

i>oi.wi nr^n nnnr. volgens: c*ent —. al naar

het valt, dat hangt van omstandigheden af, naar dat het uitvalt, misschien ja, misschien neen; — que, naar gelang; — moi, naar mijn

gevoelen, naar mijne zienswijze; 1'Evangile — saint Lue, het Evangelie van Lucas.

Sel(t)z (nom propre;, eau de —, (abusievelijk voor eau de Setters), Selterswater.

Seinail le(s>, f. pl. zaaisel; zaaitijd, m.; het zaaien; —Ier, v. a. zaaien.

Seuiai||ne, f. (lat. septimana; de septimus, septième) week, v.; weekgeld, weekloon; èlre de —, en —, eene week lang den dienst waarnemen, den weekdienst hebben, de week hebben; officier de —, officier, die de week heeft; prèter a la petite —, bij de week leenen, kleine geldsommen tegen hoogen interest voor korten tijd te leen geven; — sainte, hei¬

lige weeK; ng. ia — «es qumre uiomi .1^"* dis, te Sint-Juttemis, als de kalveren op 't ijs dansen: —nier, m. icre, f. hij of zij, die den weekdienst waarneemt (in kloosters, kapittels enz.); tooneelspeler, -speelster die gedurende eene week voor de uitvoeringen en de samenstelling van het répertoire te zorgen heeft.

Séuiapliore, m. (gr. sèma, signe; phoros, qui porte) kusttelegraaf, v.

Seinhla ;l»le. a. gelijk, gelijkvormig, gelijkaardig, overeenkomstig; —, m. gelijke, gelijkslachtige, wedergade; naaste, evenmensch, natuurgenoot; — bleinent, adv. insgelijks, van gelijken aard.

Seuillblaiit, m. schijn, uiterlijke vertooning, veinzing, v.; faire — de, zich houden, den schijn aannemen alsof; il fait — d'ètre inalade, hij doet alsof hij ziek is; ne faire — de rien, doen alsof men niets merkt; —bier, v. n. (lat. simulare) schijnen, voorkomen, dunken; il Meinble, het komt mij voor, het schijnt mij toe; ee ine seinble, dunkt mij; si bon vous

seinble, zoo gij netgoeavinui; iiHniuur «e..., nten zou zeggen, dat het... was: que vous en seinble? wat dunkt u daarvan?

Séniéilo||gie, Séméiotique, f. (gr. s é m e i o n,

signe; logos, discours) leerboek der ziekteteekenen; —gique, a. die ziekteteekenen betreffend.

Semelle, f. schoenzool, zool, v.; baltre la —, te voet reizen; met de voeten stampen om warm te worden; metlre des — s a des souliers, schoenen verzolen; 11e pas reeuier d'une

—, geen duimbreeds wijken; —, m. zwaard aan een schip; vloer eener kolenmijn; vloer van een affuit, m.

Seinen||ee, f. (lat. se men) zaad; fig. oorsprong, m. kiem, v.; — de perles, parelgruis, kleine paarlen, v.; — eine, f. semen-contra, wormzaad.

Seineii-eoiitra, m. wormzaad, zaad tegen de wormen.

Seiner, v. a. (lat. seminare) zaaien, bezaaien; uitstrooien; fig. ruchtbaar maken; fig.

— ue 1 urgent, geiu suuuieu, jjiuv. — m ™ perles devant les poureeaux, paarlen voor de zwijnen werpen; se —, v. pr. gezaaid worden.

Seiüeslltral, e, a. (lat. sex, six; mensis, mois) zesmaandsch, halfjarig; —tre, m. halfjaar; halfjarige dienst, m.; halfjarig verlof; ètre en —, zijn halfjarig verlof hebben; — triel, elle,a. halfjarig; — trier, m. verlofganger.

Semeullr, m. euse, f. zaaier, zaaister; — de faux bruits, uitstrooier, verbreider van valsche geruchten; —se de diseorde, onruststookster.

Seini, a. half (alleen gebruikelijk in samenstellingen).

Seinl-brève, f. heele of vierkwartsnoot, v. (nu Koude); pl. des seini-brêves.

Sluiten