is toegevoegd aan uw favorieten.

Nouveau dictionnaire

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

griffier, expert tot onderzoek van eene zaak);, de betaling daarvoor, v.; het openstaan van een ambt; —s, pl. daggelden; tijdelijke schorsing der gerechtszittingen, vacantie, v.

Vaeei||n(pr. vak-sin), m. (lat. vacca, vache) koepokstof, v.; — nal, ale, a. de koepokstof of de koepokinenting betreffend; —nateur, m. inenter met koepokstof, vaccineerder; — nation, f. inenting met koepokstof, v.; —ne, f. koepokken, inenting, vaccine, v.; —ner, v. a. de koepokken inenten, vaccineeren.

Vache, f. (lat. vacca) koe; koehuid, v. koeleder; poll de —, koehaar; fig. matiger de la — enragée, kommer en gebrek lijden; la — a \èlé, de koe heeft gekalfd; Ie planeher des de vaste grond, de vaste wal; lig. fam. — a lalt, melkkoe (iemand van wien men veel voordeel trekt).

Varher, m. Vachère, f. koeherder, koedrijver; koedrijfster, koehoedster.

Vaeherie, f. koestal, m.

Vacil||lant, ante (pr. eil-lant), a. waggelfirvd. wankelend, onvast: —lation (pr. ei-la-

ei-on). f. waggeling, schudding, trilling, beving, v.; fig. besluiteloosheid, onbestendigheid, wankeling, onzekerheid; —latoire, a. waggelend; fig. onzeker, twijfelachtig; —Ier, v. n. (lat. vacillare) waggelen, wankelen, onvast zijn, trillen: fig. in twijfel staan, onzeker, besluiteloos zijn.

Varuitê, f. ledigheid, leegte, v. ledigstand, m.

Va de, f, inleg, inzet (in het spel), m.; fig. fam. aandeel.

Vade-in-pace, m. (mots latins) monnikenkerker, m.; pl. de» vade-in-pace. fVadeiuanque, m. vermindering van kapitaal, v.

Vade-mecuii» (pr. vadé-mecome), m. tam. (lat. va de, marche; mecum, avec moi) zakboekje, handboekje, enz. dat men gemeenlijk 1 iü 7irh draaft* nl. dea vade-ineciiiii.

Vadrouille, f. zwabber, m. scheepsdweil, v.; deugniet, schavuit.

Va-et-vient, m. op en nedergaande beweging, v. het heen en weer loopen; beweeglijkheid, veranderlijkheid, v.; pl. de» va-et-vient.

Vagahond. onde, a. (lat. vagabundus; de vagari, errer) omdwalend, omzwervend; —d, m. —de, f. landlooper, landloopster; —dage, m. leefwijze eens landloopers, landlooperij, v.; —der, v.n. fam.omzwerven, omdwalen.

Vagant, m. strandzwerver, stranddief; —, e, a. zwervend.

Vagllln, m. (lat. vagina) scheede, moederscheede, v.; —nal, ale, a. tot de moederscheede behoorend.

Vnirir. v. n. (lat. va ai re) schreeuwen (van

pas geboren kinderen en van sommige dieren).

Vagon, m. spoorwegrijtuig; zie Wagon.

Vague, f. baar, golf van de zee, v.

Vague, a. (lat. vagus) onbepaald, zonder bepaalde grenzen; fig. zwevend, onduidelijk, weifelend, onzeker, onbepaald; zwervend, zwevend; terres —», woeste, onbebouwde landen; — m. dp. ruimte van de lucht, v.: het ledige

of het ledig gedachte; fig. het onbepaalde, onzekere.

Vagueinent, adv. onbepaald, op onbepaalde wijze.

Vaguemestre, m. (all. Wagen meister, maitre de chariot) wagenmeester bij een leger; facteur (onderofficier, die met het afhalen der brieven voor zijn regiment belast is).

Vaguer, v. n. (lat. vagari) zwerven, dolen.

Vaiigrage, m. beschot, binnenbekleedsel van een schip; het beschieten of bekleeden van een schip; — gre, f. weger, m. wegering, v. (binnenplank van een schip); —grer, v. a. een schip van binnen bekleeden.

Vail || lamment, adv. dapper, moedig; — lanee, f. dapperheid, kloekmoedigheid, v.; —Tant, ante, a. (lat. va lens, qui a de la force, du courage) kloek; moedig, dapper; — lant, m. have, bezitting, v. vermogen, rijkdom, m.; il a inangc tout hou —, hij heeft al zijn goed opgemaakt; —, a. il n'a pa» un wou —, hij bezit geen cent meer;—lantise, f. heldenstuk, heldendaad, v.

Va in, aine, a. (lat. vanus) ijdel, nietig: onnut, vergeefsch; ijdel, verwaand, vol inbeelding; terre» — e», dorre landen; temp» —, betrokken lucht, drukkend weer; semence —e, zaad, dat niet opkomt; en —, adv. te vergeefs; pren-

ure ie noin oe uieu rn —, uuu» umiu ijuci gebruiken.

Vain ere, v. a. (lat. vincere) overwinnen, bemachtigen, ten onder brengen; overtreffen; ae v. pr. fig. zich zeiven overwinnen, zijne driften te boven komen, zich beheerschen; «e laisser — a, zich laten overhalen tot, zich laten overtuigen; —eu, m.verwonnene,overwonnene.

Vainement, adv. nutteloos, zonder gevolg, te vergeefs.

Vainqueur, m. overwinnaar, verwinnaar; —, a. m. zegevierend, onweerstaanbaar, vol zeltvertrouwen, aanmatigend.

Vaiftr, m. (lat. var ius) grijs bont (pelswerk); zilveren klokje op een blauw veld (in 't wapenschild); —ron, a. m. (lat. varius, varié) met oogen van verschillende kleur; glasoogig (voornamelijk van paarden); —, m. veelkleurige grondeling, m.

Vais||seati, m. (lat. vasculum, dimin. de vas, vase) vat (in het algemeen); schip, vaartuig; binnenruimte van een gebouw, v.; het schip van eene kerk; vat, ader, buis, kanaal (voor bloed en andere vochten); — de ligne,

. , • «• i .1»

ïiniescnip, v.; — mum,

transport, transportschip; — de garde, wachtschip; — de charge, magazijnschip; — de tete, schip aan het hoofd van de linie; — de queue, heksluiter; — a trois pont», driedekker.

Vai»!|»e(l)lier, m. kast, v. voor vaatwerk: —»elle, f. vaatwerk; — inontée, gesoldeerd vaatwerk, als zilveren zout- en suikervaten enz.; — plate, ongesoldeerd vaatwerk, als zilveren borden, schotels enz.; —sellerie. f. vaatwerk.

Val, m. (lat. vallis) dal, vallei, v.; par inont» et par vaux, over bergen en dalen.

Vala||hle, a. goed, sterk, krachtig, bondig, aannemelijk; behoorlijk, deugdelijk, wettig, geldig; testament —, eontrat —, geldig, deugdelijk testament, contract; deniers eomptant» et —», baar en gangbaar geld; — bleinent, adv. deugdelijk, op geldige wijze.

>aiaiM!tll. «% a. V.IU UI Uit «lama i..

seriand.

Va lant, a. geldend, waard.

Valaque, a. van of uit Wallachije.

Valence, f. sinaasappel, m. (uit Valentia). Valeiiciennes, f. Valenciensche kant, v. Valériallne, f. valeriaan, v.; —nées, f. pl. valeriaansoorten, v.

Valésien, ne, a. tot het huis van Valois behoorend.

Vale||t, m. knecht, mannelijke dienstbode; pl. bedienden; gewicht aan eene deur; klemhaak

41*