Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ambtenaar pratend met een van de officieren, klauterde over de leuning en ging langs een heen en weer zwaaiend touwladdertje naar beneden.

Met één sprong was hij in het bootje, dat losgemaakt, dra een eind achterbleef en langzaam op en neer wiegend naar wal stuurde.

Beneden, op het onderdek, lagen de steerage passagiers lang uitgestrekt door elkaar.

Sommigen in groepjes neergehurkt, dronken bruin vocht uit een smerig tinnen keteltje, terwijl de kinderen knabbelden aan stukken brood.

Enkele vrouwen zoogden de kleintjes, bedekkend den blooten boezem met haar goor roode omslagdoeken.

Toen kwam een van de koks beneden zeggen, dat het eten klaar was, maar de drukpratende Russische emigranten dronken hun thee uit de samovar en schudden ontkennend het hoofd . . .

Zij hadden geen trek ... ze lustten het onkauscher eten niet; aten van wat ze meegebracht hadden, gulzig met wijd open, smakkende monden.

Een paar boeren in Friesche kleeren gingen met hun vrouwen en kinderen door een kleine deur naar de derde klas eetkamer.

Op het bovendek kwam nu ook beweging. Ginggongend op en neer loopend, schreeuwde

Sluiten