Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te slapen. . . kijkend naar het verdwenen land.

Hangend over de leuning, keek hij naar het water, helverlicht bij de boot door de glazen poorten van de machinekamer en slaaphutten vol incandescent-branders.

Kolkend, spattend, schuimvlokkend, bruiste het op, bevochtigend zijn gelaat, als met een fijnen motregen benattend zijn kleeren.

Hij zag het wegtrekken, cirkelen, opbollend geulen in scheuren van zwart met kanten van dik geslagen wit.

Van uit de verte rolde het aan, meterhoog, hol in vooroverhellende golvingen, elastisch zwiepend, altijd veranderend in grillige vormen . . . zwartgroene massa, met kronen van ruig wit.

Het kwam aan, donkerpaukend, plots uiteenspattend, wordend een wolk van wit, saamsmeltend met andere aanzwellende watermassa's, rollende, zwiepende, hoozende waterreuzen, verstervend in de verte.

Door het zien van het toornende water werd hij kalm, dacht hij weer logisch, net als vóór het weggaan.

In de verte tintelden lichtjes rood en wit, verschietend in het zwart van den nacht, aangroeiend tot strepen van licht, rijen van sterren, reuzen zee van vonken.

Sluiten