Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen den kellner, die vroeg wat hij gebruiken wilde.

„Ik neem altijd oatmeal en ham and eggs, net als alle Amerikanen," zei Van Brakken.

„ Und ben je nog niet zeeziek?" riep Mahaun, die weer in het hoekje zat.

„Neen," . . . lachte Lef.

Het gesprek werd algemeen. Er heerschte een bijzonder vroolijke stemming; alleen een Duitsche dame, die een klein meisje bij zich had, bemoeide zich niet met de anderen.

„Dat is Fr au May er," fluisterde Van Brakken.

„Je weet wel, die gisteren zoo huilde."

„Zoo . .."

De kellner, schuin loopend, een zilveren dienblad op zijn hand balanceerend, kwam binnen en zette de gerechten op tafel.

Toen was het weer een poosje stil. Allen aten.

„We moesten straks een partijtje ringspelen," zei Mahaun plotseling. „Wie doet er mee?"

Van Brakken wilde liever een paar brieven schrijven en de Engelschman voelde zich niet lekker.

„Ach, onzin," schetterde Mahaun. „Voor brieven schrijven kan je altijd nog tijd genoeg vinden... En niet lekker!... Wie is nu niet lekker ? ... Was sagen Sie dazu, Madame ?"

Sluiten