Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De anderen knikten ja.

Langzaam nam hij de ringen van den bootsjongen, toen mikkend, een oog gesloten houdend, wierp hij de ringen.

„Potztausend! Hij mist geen enkelen keer!" schreeuwde Mahaun.

De laatste miste. „Bad luck," zei de dokter.

Na een poosje kwam Robberson toch.

„Nog niet dood?" vroeg de Duitscher.

De kapitein, gevolgd door een paar matrozen kwam ook. Hij had juist zijn ronde gedaan.

„Meespelen kapitein ?" vroegen ze.

„Neen," lachte hij. „Ik heb het te druk. Vanmiddag leg ik een dominootje;" toen ging hij verder.

De zee, lichtgroen met strepen van geel, golfde kalm. Nu en dan spatte het water over het dek.

„Het is hier fijn," zeide Van Brakken.

„De zon doet pijn aan je oogen."

„Opletten!" riep Mahaun, werpend met de ringen.

„Mis! Ik ben niet op dreef, anders..."

Zoo speelden zij door tot twaalf uur.

De steward, slaande op een koperen gong, kwam weer waarschuwen voor de tafel.

In de gang, op de bank naast den eetsalon zat Robberson met Frau Mayer.

Sluiten