Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En heeft hij goud gevonden?" vroeg de Hollander.

„Ja, op een morgen toen hij wakker werd lag er een stuk goud in zijn mond. Een stuk plombeersel uit een van zijn tanden. Na dien tijd heeft hij nooit meer iets gevonden. Daarvoor behoef je waarachtig niet weg te gaan, dat kan je hier ook gebeuren.

„Het is allemaal zwendel van de transportmaatschappijen ... anders niks ! Blijf maar hier!. . . Je zult hier wel een baantje vinden. Dat zie je aan mij."

Lef, glimlachend, dacht dat het baantje van den Duitscher hem niet erg bevallen zou, maar zeide niets, blij iemand gevonden te hebben die vriendelijk was.

Hij zou nu even aanloopen bij een meneer op Broadway, voor wien hij een aanbevelingsbrief gekregen had; later zou hij dan nog eens aankomen.

„ Gut, gut," zei Mahaun, die juist klanten kreeg.

Een poosje later was Lef in een groot gebouw op Broadway.

Gewapend met zijn brief, vroeg hij waar de meneer woonde.

„Third floor," zeide een neger-liftjongen, hem een deur aanwijzend.

Sluiten