Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was een kleine man, armoedig gekleed in een verkleurde blauwe broek, op de heupen gehouden door een sjerp van rood katoen, de mouwen van zijn jas opgestroopt, de borst half naakt, donkerkleurig tusschen de neerhangende lappen van zijn flanellen hemd.

Lef wist niet wat hij zeggen moest, het that is he van den neger had hem uit het veld geslagen.

„Scheren, Sir?" vroeg de neger, niet lettend op zijn verlegenheid, de stoel voor het tafeltje schoon wrijvend.

Het beste was nog „ja" te zeggen, dacht Lef, maar toen hij de onooglijke benoodigdheden zag, den zwarten zeepkwast en de beduimelde krantscheursels, maakte hij een afwerend gebaar.

Glimlachend, om zich een houding te geven, vroeg hij of hier de betrekking open was.

„Sure," antwoordde de neger, toonend zijn tanden, blinkend wit in zwart-rooden lippenscheur.

«Dertig dollars per week?" vraaglachte Lef. „Nog meer" ... „zooveel als u wilt," sprak de neger, terwijl hij bukkend iets zocht in een lade onder den stoel.

„Dit," zeide hij, wijzend op een schoensmeerdoosje, gehaald uit de lade, „is de finest shoeblaclcing on earth! De allerbeste smeer die je

Sluiten