Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Kweng Quee was een Chineesje, 'n Chinamannetje met schitterende scheeve oogjes en 'n lange zwart-glanzende vlecht, een koket hemellandertje, dat dweepte met mooie pakjes, licht blauwe flodderbroekjes en donkere kielen vol tressen.

Zondags, als hij uitging, droeg hij een grooten, zwarten, slap vilten hoed, waaronder hij zorgvuldig zijn van reukolie glimmende vlecht verborg, bang dat de Yanlcee-boys er aan trekken zouden, tingelingen aan zijn hoofd.

Kalm leefde hij zijn leven van droomerig Chineesje, in de week wasschend en stijvend de boorden en hemden van zijn klanten, Yankeemeneeren, die hoog hem roemden omdat hij zoo glimmend strijken kon. Hij dacht aan niets dan geldverdienen en rissen yens bijeen te zamelen, stijfvol geregen koorden met metaalplaatjes, Chineesche munten, waarvoor hij later een paleis op een heuvel zou koopen, een huis met

Sluiten