Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klopte — verschuivend de balletjes op zijn Tekentafel, bruine ballen aan ijzerdraadjes, zwart van 't door de handen gaan.

's Nachts op zijn eenzaam bed schrikte hij soms plots wakker, voelde hij angstig, of het doosje er nog was, of ze zijn papieren rijkdom niet van hem weggenomen hadden, en als hij 't dan terugvond tusschen het stroo, streelde hij het, liefkoozend, zooals hij een vrouwenkopje gestreeld zou hebben, wanneer hij een vrouw had mogen hebben in dit vreemde land met vreemde wetten, waar ze niet toestonden, dat er Chineesche juffers kwamen.

Zoo werkte hij door, rekkend zijn eentonig bestaan van dag tot dag, zamelend nieuwe papiertjes bij de andere in 't zakdoeken-étui. Wanneer er klanten kwamen om hun vuil linnen te brengen, werd hij eensklaps zakenman, stond hij achter zijn rood bekleeden toonbank, te buigen met vleierig-onderdanige lachjes, de reepjes rijstpapier beteekenend, haaltjes trekkend met een penseel scheurde hij het papier in tweeën, de eene helft gevend aan den klant om de andere tusschen de vuile massa te steken, die hij wit maken moest.

Hij was geen dom Chineesje. Wanneer soms mannen linnen kwamen halen, zonder 't halve

Sluiten