Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

declamatorisch geweld ? Dat zelfs in een groot voorstander van Motley de sympathie met een zekere mate van wantrouwen gemengd werd, dat, al beschouwt hij de zaak als gewonnen, toch het oordeel van den pleiter weinig indruk op hem maakt.

Wat derhalve Guizot daar zooeven vooral gispte in dezen historieschilder, het was het ongelijk verdeelen van kleur en ruimte over de tegenoverstaande partijen. Wat echter „de ruimte" aangaat, daarover heeft in 't algemeen de door hem bestreden partij minder reden tot klagen: de vraag is maar, hoe die ruimte gevuld werd. Karel V b. v. kon er zeker niet op staan, zoo breedvoerig, ten volle uit „naar het leven" geteekend te worden; en had zich stellig gaarne met minder plaats op deze schilderij tevreden gesteld. Wat er van Filips' beeld werd, — hoe daar ook de kleinste ongunstige bijzonderheden breed staan uitgemeten, kunnen wij gissen. Toch beslaan de hoofdfiguren der bevoorrechte partij nog aanzienlijker plaats; maar bovenal, daar zijn de „kleuren" verschillend. En dit valt wel het meest in 't oog, waar wij in kennis worden gebracht met den man, die voor Motley, naar Guizot's juiste uitdrukking, niet enkel de held, maar zijn held is geworden. Zijn beeld staat in 't gansche werk op den voorgrond; met kennelijke voorliefde en wijs overleg zijn daarvoor de kleuren gekozen. Zoo somber zwart als de schildering was van den afgeleefden Keizer, zoo helder en licht is de jeugdige Willem v. Oranje op het paneel gebracht.

Het tweede gedeelte van „de Opkomst" beschrijft liet bestuur van Margaretha van Parma. Het eerste hoofdstuk daarvan (in de Vertaling met het karakteristiek opschrift: „Hoe men wind zaaide" opgeluisterd) bevat min of meer uitvoerige levensschetsen van Margaretha, van Barlaymont, Granvelle, Viglius, maar bovenal van Willem den Zwijger. Juist heeft M. ons den geleerden Fries, op vrij „familiaire", 0111 niet te zeggen ruwe wijze voorgesteld; maar plotseling

Sluiten