Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarna, onder hare voornaamste verdiensten worden gesteld. „Dat de priesterschap inbreuk maakt op den werkkring van het burgerlijk bestuur zou in onzen tijd een groot kwaad wezen '). Maar wat in tijden van goed bestuur een kwaad is, kan bij een allerslechtst burgerlijk bewind zelfs tot zegen verstrekken. Het is zonder twijfel beter, dat het menschdom bestuurd worde naar verstandige en goed toegepaste wetten, gesteund door eene verlichte publieke opinie — dan wel door priesterbedrog [„priestcraft!"] maar toch nog verkieslijker is de heerschappij van dit laatste dan die van 't ruwe geweld; beter, dat de volken geregeerd worden dóór een bisschop als Dunstan, dan door een krijger als Penda. Eene maatschappij, verzonken in onwetendheid en enkel door woeste kracht overheerd, heeft alle reden om zich te verblijden, wanneer een stand, welks invloed van verstandelijken en zedelijken aard is, het overwicht krijgt. Zonder twijfel, die stand ook zal zijne macht misbruiken: maar verstandelijke macht, hoezeer ook misbruikt, is altijd nog beter en edeler dan eene macht enkel rustende op lichamelijke krachten. In onze Saksische kronijken lezen wij van dwingelanden, die, staande op het toppunt hunner grootheid, zich overvallen gevoelden door wroeging, die dan gruwden van de genoegens en waardigheden, die de vruchten waren deimisdaad, — die dan afstand deden van hun kroon, en hun euveldaden weder zochten af te boeten door strenge boetvaardigheid en aanhoudend gebed. Deze verhalen hebben aan sommige schrijvers bittere woorden van minachting in de pen gegeven; maar die schrijvers, terwijl

1) Dat het omgekeerde tegenwoordig in vele landen geschiedt, schijnt onze schrijver zelfs niet te vermoeden. En toch, waar de Staat inbreuk maakt op de rechten der Kerk, zijn de gevolgen van dat despotisme nog veel noodlottiger, zelfs voor de rust van een volk en zijne tijdelijke welvaart. Men lette maar eens op den toestand van Rusland, Italië, Frankrijk, enz.

Sluiten