is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam door een feilen brand was vernield, had de groote dichter in deze noodlottige gebeurtenis stof voor een fraaien klaagzang gevonden. Zijn uitgever, na het stuk te hebben medegedeeld, laat daarop volgen: „Men zou niet licht gelooven, dat een op zich zelf onschuldig dichtstuk, en waarin geen woord van hatelijkheid noch zelfs van klacht over het vroeger met de Nieuwe Kerk gebeurde, bij iemand ergernis zou hebben opgewekt .. . , Maar ja wel, de ijveraars werden weer wakker, en Vondel moest het misgelden. Maar Rome nog meer. Want zóó zong men den roomsch geworden dichter toe: „Papist en mal te worden is één werck," — en nog fraaier: „Te worden Paeps, dat is een duivels werck." En ook de afgezaagde beschuldiging wordt weer herhaald: „Te Roomen draeght de Paus Gods macht en eer.' Doch wij zouden misbruik maken van het geduld onzer lezers, zoo wij nog meer van die woeste poëzie wilden overschrijven.

Daarom spreek ik ook niet over de Geuzen-liedekens uit de l6o eeuw, waarvan de heer H. J. van Lummel, ons vóór dertig jaar, eene nieuwe uitgaaf bezorgd heeft. Te minder ook wijs ik daar op, omdat de hevigheid dier „liedekens" misschien wat meer verontschuldiging vind in den drang der omstandigheden. Want in den tijd van hun eerste verschijnen, werd de haat tegen Rome als een cheval de bataille tegen den Spanjaard gebruikt.

Ten slotte veroorlove men mij nog eene aanhaling uit een thans bijna vergeten dichter van het einde der 18e eeuw. J. Nomsz, wiens vruchtbare pen onze letterkunde met een epos verrijkte. Dit heldendicht van 24 zangen, AVillem I. of de Grondlegging der Nederlandsche vrijheid, stelt ons (in den 21n zang) de ongerechtigheden van Rome voor oogen. De anders vrij goedaardige dichter schiet daarbij in drift. Wel schijnt volgens hem ,,de Stoel des Christendoms gevest aan 's Tibers zoomen" ir den beginne aan zijne verheven roeping te hebben beantwoord. Immers zóo zingt hij: