Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diep en ernstig gebed, dat werkelijk gemeenschap geeft met den Hemel Eindelijk rees hij op

Een vignet op het titelblad geeft ons dezen belangwekkenden jongeling — hij blijkt later Paul Mansfelü te heeten — in knielende houding en in 't gebed verzonken te zien. Hij kwam hierheen uit den vreemde, uit Buitschland; de plek waar wij hem hebben ontmoet, is in het Sticht van Utrecht gelegen, ten noordoosten der bisschopstad, wier grijze torenspitsen in de verte ook zichtbaar zijn. Thans begeeft hij zich naar eene herberg op het land, waar hij voorloopig verblijf houdt. Volgen wij hem daarheen; want daar verschijnen weldra nog andere gasten, die onze aandacht verdienen.

,,Het waren vijf monniken. Zij droegen het ordekleed der Benedictijnen. Zij hadden plaats genomen aan een

kleinere tafel want zij hadden dobbelsteenen en een

verkeerbord geëischt. en vingen aan te spelen met de graagte van eenen uitgevaste, wien men spijzen voorzet. Stijntje had bekers en eene schenkkan gebragt; menigvuldige plengingen van den zoeten kruiderwijn werden niet gespaard. [Men wete, dat dit alles in het vroege ochtenduur plaats heeft]. Het spel baart twist, en het twisten ruwe woorden. Het moet een zeldzaamheid zijn, zoo een driftig speler uit den lageren stand niet tevens een roekeloos vloeker is. Onze monniken, min beschaafden in eene eeuw, welke nog op lagen trap stond van gezellige verfijning, maakten geene uitzondering op dezen regel. Zij speelden, zij twistten, zij

stieten ergerlijke taal uit Baarbij ontbrak het niet aan

onderlinge kluchtige toepassingen op hunnen stand, of een dwaas snoeven op de handigheid waarmede zij heden de

vroegmis wisten te ontduiken en dat alles doorspekt

met een Latijn, dat zich nu zelfs de claviger van een

gymnasium zoude geschaamd hebben "

Het verdere tafereel wordt hoe langer hoe plastischer. Maar deze eerste oogopslag er op kan volstaan. Ware het vroege jaartal 1521 er niet tegen, men zoude in eenen

Sluiten