is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sanctorum, de heiligenvereering, die ons in de Kerk wordt aangeprezen, ter wegneming ook der vooroordeelen, die als een dichte nevel het oog van hare bestrijders verblinden.

In elke vereering, in elk huldebetoon (in de ruimste beteekenis ook, die men aan dat woord kan verbinden) behoort men te letten op drie onderscheiden acten, die men daar altijd aantreffen zal. De eerste is die van het verstand, waardoor wij eenig voorwerp als vereerenswaardig erkennen. De tweede is die van den wil, waardoor wij, tengevolge van dat voorafgaand oordeel besluiten, aan het voorwerp, door ons als vereerenswaardig erkend, de gepaste hulde te brengen. De derde bestaat in de uitwendige handeling 't zij woord of gebaar — waardoor wij uitdrukking geven aan de beide voorafgaande acten van verstand en van wil.

Bij eenig nadenken begrijpt iedereen, dat van deze drie acten, de tweede, die van den wit, verreweg de voornaamste moet zijn: daar vooral komt het op aan; zij is het waarnaar noodzakelijkerwijze, onze intentie, onze bedoeling zich richt: door haar wordt de hulde bepaald, die wij betoonen aan het voorwerp onzer vereering. Is dit God zelf, dan schenken wij daaraan de hoogste eer der aanbidding; is het een schepsel — dan zeer zeker niet. Men herinnere zich hierbij, wat daarover vroeger gezegd is.

Niet zoo is het gelegen met de twee andere acten. Al wordt iets als vereerenswaardig erkend, niet altijd geeft men gevolg aan die overtuiging vau het verstand. Een kind b.v. kan overtuigd zijn dat hij zijne ouders moet achten, maar blijft in die achting te kort. — En inzonderheid — en hierop vooral zij gelet — de derde arte, de handeling, het uitwendig huldebetoon geeft maar zelden een voldoenden, vertrouwbaren maatstaf, waarnaar wij kunnen oordeelen over den eigenlijken aard van het huldebewijs.

Ter verduidelijking van dit laatste nog een enkel woord. De uiterlijke handeling dan, gelijk ik zeide, beteekent ten deze zeer weinig. Vooreerst, het gebaar, de eertnedif/e hoinlini)