Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij herinnert te veel aan de hartstochtelijke polemiek van vroeger eeuw; en onderzoekt men zijn wapentuig van naderbij, dan meent men daarop de teekenachtige beeldspraak te mogen toepassen, waarmede hij zelf Bilderdijks historischen arbeid als te verouderd beschreef: „une armure antique, objet curieux, mais inutile dans nos luttes et qu'on transporte de 1'arsenal au musée."

Vernemen wij dan van hem, in hoe diepe duisternis de oude Kerk lag gedompeld, toen, tot heil der menschheid, het nieuwe licht aan de kimme verscheen, (no. 72 van het Handboek).

„In het begin der zestiende eeuw, en veel vroeger reeds, had do zoogenaamde Christenheid bijna niets Christelijks meer. De Bijbel werd aan de leeken onthouden en was den Geestelijken nagenoeg onbekend .... Naast en boven Christus werden de afgestorven heiligen met aanbidding vereerd. De vergeving der zonden werd gezocht in het bouwen van kerken en gestichten; in kerkplegtigheden, in bedevaarten, in boetedoening van velerlei aard; ten laatste was zij, naar een soort van zondentarief, voor bepaalde geldsommen bij de Priesters te koop. Zoodanige Godsvereering, die veeleer Godsonteering, afgoderij en heiligschennis was, openbaarde haar verderfelijke strekking gedurig meer; wangedrag en bijgeloof waren in alle standen, twijfelarij en ongeloof vooral bij de hooge Geestelijkheid algemeen."

En had zich het bederf nog maar bepaald bij „de Christenheid", — neen, de Kerk zelve was bedorven. Dat zal getoond worden in no. 73: „Deze begrippen werden aangeprezen en bevestigd door het gezag van de Roomsche Kerk. De Geestelijkheid had zich, als afzonderlijk ligchaam, boven de overige Christenen gesteld. Zij meende weldra den sleutel des Hemels te bezitten . . .." Maar het ergste was toch „de opperheerschappij van den Paus, eene overheersching die aanvankelijk, door de Christenheid vereenigd te houden, door den overmoed, hetzij der vorsten, hetzij

Sluiten