Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolg, de Kerk, die eens door alle christenen als de heilige, Apostolieke en Katholieke Kerk aangezien was, zij bestond niet meer, zij was van de aarde verdwenen. Of wij het willen of niet, dat besluit ligt opgesloten in de woorden, waarmede Groen den toestand der Roomsche Kerk heeft geteekend.

Maar nu vraag ik het een ieder, voor wicn de h. Schrift nog gezag heeft, hoe is zoodanig besluit overeen te brengen met Gods Woord, ja met do eigen woorden van Christus? Op het punt staande van deze aarde te verlaten, had Hij Zijne apostelen vertroost met de plechtige belofte: „Zie, Ik ben met u, alle dagen, tot aan het einde der eeuwen (Matth. XXVIII 20). En nu zou Hij toch, in strijd hebben gehandeld niet Zijn stellig woord! Hij zou hebben toegelaten, dat de Geest der waarheid, die Hij hun toegezegd had (Joann. XVI. 13) zoo geheel uit de Kerk was geweken! Uit die Kerk, door Hem gesticht op de Petrusrots (Matth. XVI, 18), waartegen al het geweld der Hel zich verbrijzelen zou! Ik kon hier nog meer Schriftuurplaatsen bijbrengen; maar, mij dunkt, de aangehaalde zijn reeds voldoende om ons te overtuigen, dat in het oog van den waren Christus-belijder, van iedereen die nog vasthoudt aan Diens beloften, de Christelijke Kerk eene onvergankelijke stichting moet zijn. En onvergankelijk niet slechts, maar ook onbederfelijk: want ware zij ooit in haar wezen verbasterd, dan was zij de Kerk van Christus niet meer. Maar dan ook, 't valt niet te ontkennen, waren do plechtige beloften van haren Goddelijken Stichter, niet meer dan een ijdele klank. En toch dat zouden zij zijn, zoo, om maar iets te noemen „Godsonteering, afgoderij, heiligschennis" in de Kerk waren binnengedrongen niet alleen, maar ook door haar gezag waren bekrachtigd.

Thans moeten wij terugkeeren tot het somber gekleurd tafereel van do 16° eeuw, waarvoor Groen ons zoo even

Sluiten