Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

on avait obéi a 1 homme, a son autorité, a sa parole, a ses commandements: on obéit de nouveau a 1'autorité, a la Parole, aux commandements de 1'Eternel; le Seigneur était enleve, il fut retrouvé; le salut était obscurci, il fut remis en évidence; le ciel était fermé: on entendit de nouveau la voix de Celui qui a les clefs de 1'enfer et de la mort, qui est le chemin, la vérité, la vie, et la porte du Ciel."

Men meent te droomen, terwijl men dit leest. Zeker aan Schriftuurteksten ontbreekt het hier niet; maar welk bewijs ligt daarin voor de juistheid der schets. Stout beweren is niet genoeg. Daarin ja, toont Groen zich een meester. Dat zien wij weder in § 80, waar wij in kennis worden gesteld met de twee hoofdbeginselen der Hervorming. Men hoore:

ji-tegenover het zamenstel der Roomsche wanbegrippen en ordinantiën werd de groote waarheid der regtvaardiging door het geloof alleen op den voorgrond gesteld. Tegenover het gezag van menschen beriep men zich op het gezag der Heilige Schrift: „Onderzoek de Schriften, want die zijn het die van de waarheid getuigen" '): De leer die in

1) Bij Joan. V. 39. Met deze argumentatie is Groen al heel ongelukkig, en het wijzigen van den tekst (waarin de woorden „van de waarheid" gemist worden) doet denken aan zekere handigheid die aan oneerlijkheid grenst. De tekst luidt: Gij onderzoekt (of: onderzoekt) de Schriften, want gij meent in haar het eeuwig leven te hebben; en zij zijn het die van Mij getuigenis geven. — Het oorspronkelijke: ègewate, kan zoowel de aantoonende wijs (Gij onderzoekt) als de gebiedende (onderzoekt) zijn. De zin komt in beide gevallen omtrent op hetzelfde neer; Christus zegt tot de Joden: Zoo gij Mij niet wilt gelooven, raadpleegt dan de H. Schrift, waarin gij mijne Goddelijke zending bevestigd zult zien. Daaruit een algemeene voorschrift af te leiden van het lezen der H. Schrift, is ongerijmd. - Dat het lezen (en eigendunkelijk verklaren) der Schriftuur, ook gevaarlijk kan zijn, leert ons de H. Petrus (2 br. III, 16). Hij zegt: „In do brieven van Paulus zijn verscheiden moeielijke plaatsen, die door ongeleerde en (in het geloot') niet goed gevestigde menschen worden verdraaid (slecht verklaard) even als do overige Schriften, tot hun eigen ondergang". Gewichtige waarschuwing, die maar al te vaak is vergeten!

Sluiten