Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkend '). Ik denk dus, met dien „ongunstigen uitslag" werd slechts bedoeld, dat de Hervormer, hoezeer ook verwonnen, niet terugkeerde tot de K.erk. Dan hebben ook wij daar niets tegen; maar dat, dunkt mij, was het vermelden niet waard.

Om de grenzen van dit opstel niet te overschrijden, kan ik mij onmogelijk lang ophouden bij de beschouwingen van den heer W. over den aard der Hervorming, en de bedoelingen van hare leiders. Zijn beweren b. v. dat Luther „de Kerk tot het oorspronkelijke Christendom wilde terugvoeren" (blz. 43) is eene dier onbewezen phrases, die men toch bij het onderwijzen der jeugd vooral moest vermijden. In het midden latende, wat Luther eigenlijk „wilde", uit veel wat ook in dit geschiedboek vermeld wordt, blijkt allerduidelijkst voor den oplettenden lezer, dat waar ook de Hervorming optrad, de christelijke maatschappij verder van haar eerste ideaal werd verwijderd. Of ging de opkomst van het Christendom ook gepaard met die vreeselijke beroeringen, die de heer W. zelf zeer te recht bij een „orkaan" vergelijkt?

1) Neerslachtig schreef hij daarover aan Spalatinus: „male disputatum est fint perditio temporis." (Er is kwalijk gedisputeerd; het was tijdverlies). Dat zou Hij toch bij „gunstigen uitslag" wel niet hebben gezegd. Over Carlstadt, dien L. zelf ter verdediging zijner leer had uitgekozen, zeide hij kortaf: „Er legte Schande für Ehr ein zu Leipsig, quia est infelicissimus disputator.'' Daar spreekt waarlijk ook geene tevredenheid uit met den uitslag. —- Daarentegen schreef Mei-anchton (aan Oekolampadius) nog geheel onder den eersten indruk van het dispuut, d. d. 21 Juli:

„apud nos ïnagnae admirationi plerisque fuit Eccius (Wij

hebben Eck grootelijks bewonderd). Zie nog meer bij .Janssen IIfi D. blz. 87. —■ En toen Luther zelf zich in het dispuut mengde, om Carlstadt te redden, werd het er waarlijk niet beter op. Zie Hergenrüthek Allg. Kgs. II. 250. Men kan ook raadplegen: Seidemann „Dio Leipziger Disputation im Jahr 1519" (Dresden u. Leipzig 1843) en „Mainzer Katholik" Sept.—Nov. 187*2.

Sluiten