Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met dien ijver tot de uitvoering zal hebben medegewerkt als hij gewoonlijk tot het smeden van kabalen aan den dag legde en tot het verwekken van vijanden aan zijn grooten vijand Hendrik IV. Want de geschiedenis getuigt hoe het hem gelukte den hertog van Savoye tegen dien vorst te wapenen, wien hij meer dan één stad deed verliezen; hoe het hem gelukte den hertog de Biron tegen hem te doen samenzweren, en dientengevolge dezen hertog zeiven van het leven te doen berooven. Wat deze zoo verderfelijke pestilentie der bravo's aangaat, zoo is het eene bewezene zaak dat zij nog voortwoedde den 22sten September des jaars 1612. Op dien dag althans begon zijne zeer doorl. exc. don Giovanni de Mendoza, markgraaf van Hynojosa, edelman enz., gouverneur enz., er ernstig op bedacht te zijn om ze uit te roeien, waarom hij aan Pandolfo en Marco Tullio Malatesti, boekdrukkers van het kabinet des konings, het gewone plakkaat, vermeerderd en verbeterd, toezond om het te drukken, ten verderve der bravo's. En toch beleefden dezen nog sterker en geweldiger slagen van zijne doorl. signor don Gomez Sparez de Figueroa, hertog van Feria, gouverneur enz., die hun werden toegebracht op den 2isten December des jaars 1618. Doch daar ook deze slagen nog niet genoegzaam waren om hun den dood te doen, had zijne doorl. exc. signor Gonzalo Fernandez di Cordova, onder wiens bewind de wandeling van Don Abbondio inviel, zich verplicht gezien het gewone plakkaat tegen de bravo's opnieuw te overzien en wederom te doen afkondigen en wel den 5den October 1627, alzoo een jaar, eene maand en twee dagen voor deze merkwaardige gebeurtenis.

En dit was nog het laatste plakkaat niet; maar van de daarop volgende zal het, meen ik, niet noodig zijn hier gewag te maken, aangezien zij buiten den tijd vallen van de gebeurtenissen, die wij beschrijven. Het zij genoeg nog van een, dat van den 13 Februari des jaars 1632, met een woord gewag te maken, in hetwelk zijne doorl. hoogh. el Duque de Feria, voor de tweede maal gouverneur, verklaart „te hebben opgemerkt dat de grootste boevenstukken gepleegd worden door hen, welke men in de wandeling gewoon is bravo's te noemen." Dit zij genoeg om ons te overtuigen dat, in den tijd van welken wij spreken, er aan bravo's geen gebrek was.

Dat die twee, van welke wij melding maakten, daar iemand opwachtten, was maar al te duidelijk; maar hetgeen Don Abbondio het minst aanstond was, dat het uit sommige bewegingen dezer personen bleek, dat die iemand niemand anders was dan hij zelf. Want, zoodra hij zich vertoonde, hadden zij elkander aangekeken met eene beweging van het hoofd, die duidelijk te kennen gaf dat zij beiden te gelijk zeiden: Dat is hij! De eene, die schrijlings over den muur zat, was opgestaan; de andere had zich uit zijne gemakkelijke houding opgericht, en beiden waren zij hem eenige schreden te gemoet gekomen. Don Abbondio, zijn getijdeboek altijd open voor zich houdende alsof hij las, gluurde intusschen er over heen, om hunne bewegingen in het oog te houden, terwijl duizend gedachten zijne ontstelde ziel bestormden, vooral toen hij hen zag naderen. Hij ondervroeg zich zeiven in allerijl of er ook tusschen hem en de bravo's eenige zijweg was, ter rechter- of ter linkerhand; maar het antwoord, dat hij zich zeiven geven moest, was een treurig: neen. Even schielijk tastte hij in zijn boezem, om te onderzoeken of hij ook eenige zonde tegen den een of anderen grooten, tegen eenigen wraakzuchtigen edelman kon bedreven hebben; maar de geruststellende verzekering van zijn geweten strekte, zelfs te midden zijner ontsteltenis, om hem eenigermate te bemoedigen. De bravo's intusschen naderden al meer en meer, hem strak in het oog houdende. Don Abbondio plaatste den wijsvinger en het midden der linkerhand op zijn kraag, als om dien wat te verschuiven, en, terwijl hij met twee vingers zijn hals vasthield, zag hij schielijk, met een scheeven mond en het eene oog op de wacht, met den hoek van het andere zoo ver mogelijk achter zich, om te zien of er ook iemand aankwam.... maar er kwam niemand. Hij wierp

Sluiten