Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de boerinnen in het milanesche. Om den hals had zij een collier van granaten en gouden knopjes. Zij had een jakje aan, fraai met bloemen geborduurd en met opene mouwen, met helder gekleurde linten vastgestrikt, voorts een kort zijden boezelaartje met eene menigte zeer fijne plooien, roode kousen en pantoffeltjes met zijde geborduurd. De luister dezer buitengewone bruidsieraden werd verhoogd door het dagelijksch sieraad eenet zedige schoonheid, die zelve vermeerderd werd door de verschillende aandoeningen die zich op haar gelaat afspiegelden: blijdschap, getemperd door eene lichte ontsteltenis, en die verwarring, welke zich van tijd tot tijd op het gelaat der zedige bruid doet zien, en die, zonder hare schoonheid te verduisteren, er een bijzonder karakter aan geeft. De kleine Bettina sloop in den kring, naderde Lucia, en deelde haar boodschap heel handig mede. „Een oogenblikje," zeide Lucia tot de vrouwen, „ik ben meteen weerom," en vloog naar beneden. Op het aanschouwen van het onthutste gelaat van Renzo en zijn onrustig voorkomen, sloeg haar zelve de schrik om t hart. „Wat is er ? riep zij ontsteld uit.

„Lucia," antwoordde Renzo, „voor heden is alles mis; en God weet wanneer wij man en vrouw zullen zijn."

„Wat?" zeide Lucia, geheel van haar stuk gebracht. Renzo verhaalde haar kortelijk wat dien morgen was voorgevallen. Zij hoorde hem met zichtbaren angst aan, en toen zij den naam van Don Rodrigo vernam, bedekte een levendig rood hare wangen en riep zij bevende uit: „Zoo ver dacht ik niet dat hij gegaan zou zijn!"

„Dus wist gij . .zeide Renzo.

„Maar al te wel!" antwoordde Lucia." „Maar zoo ver!"

„Wat wist gij dan?"

„Nu kan ik het u niet vertellen; het zou mij te veel aandoen. Ik wil moeder roepen en de vrouwen wegzenden. Wij moeten alleen zijn.'

Terwijl zij heenging, mompelde Renzo: „Gij hebt er mij nooit iets van gezegd.

„Ach, Renzo!" antwoordde Lucia, zich omwendende, zonder zich op te houden. Renzo begreep zeer goed dat zijn naam, op dat oogenblik en in dien toon uitgesproken, beteekende: Kunt gij er aan twijfelen dat ik anders dan om gewichtige redenen en met een zuiver oogmerk gezwegen hebbe?

Intusschen was de goede Agnes (dit was de naam van Lucia's moeder), wier nieuwsgierigheid opgewekt was door dat fluisteren van de kleine Bettina en door het verdwijnen harer dochter, naar beneden gegaan, om te zien wat er te doen was. Lucia liet haar bij Renzo, kwam bij het gezelschap terug, en zeide, met een gelaat en stem zoo bedaard mogelijk: „De pastoor is ziek: vandaag gebeurt er niets." Dit gezegd hebbende, groette zij allen in haast en kwam weder beneden.

De dames trokken af en verspreidden zich door het dorp, om te verhalen wat er gebeurd was, en te onderzoeken of Don Abbondio wezenlijk ziek was. De waarheid der zaak sneed eensklaps alle gissingen af, die reeds in hare hersenen begonnen dooreen te woelen en zich in hare afgebrokene geheimzinnige woorden lucht te maken.

III.

Lucia trad de benedenkamer binnen, op het oogenblik dat Renzo bezig was het geval aan Agnes te verhalen, die met niet minder onrust luisterde dan waarmede hij sprak. Beiden wendden zich tot haar, die er van allen het meest van wist, en van welke zij eene inlichting verwachtten, die niet anders dan smartelijk zijn kon; beiden toonden zij, elk op zijne wijze, te midden van de smart die zij gevoelden, en in weerwil van de, schoon ongelijksoortige echter daarom

Sluiten