Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keek, zoodra zij in het spreekvertrek gekomen was, overal in de rondte naar de signora, om haar haar compliment te maken. Zij was niet weinig verwonderd nergens eene signora te zien. Maar daar zij den vader naar een hoek zag gaan en Agnes hem derwaarts volgen, richtte ook zij hare oogen daarheen en bemerkte toen eene bijna vierkante opening in den muur, gelijkende naar een half venster voorzien van twee dikke ijzeren bouten, op gelijken afstand van elkander en van de posten, en daarachter eene non. Deze non, welke omtrent vijf-en-twintig jaren oud scheen te zijn, trof bij den eersten aanblik door hare schoonheid, maar weldra bemerkte men dat die schoonheid haren eersten frisschen bloei reeds verloren had, of liever dat zij in hare ontwikkeling was verstoord geworden. Een zwarte sluier, die het achterhoofd bedekte, daalde aan beide zijden, op een kleinen afstand van het gelaat, op de schouders neder. Onder den sluier bedekte een schimwitte linnen band het halve voorhoofd, dat zeker niet minder wit was schoon deze kleur daar een geheel andere tint had. Eene andere geplooide strook omgaf het gelaat en eindigde onder de kin in een halsdoek, die de borst en tevens het bovenste gedeelte van een zwart kleed bedekte. Van tijd tot tijd trok dat voorhoofd zich in krampachtige rimpels samen en dan zag men de beide gitzwarte wenkbrauwen elkander snel naderen en als ineenvloeien. Twee niet minder zwarte oogen vestigden zich soms op het gelaat van die met haar sprak met eene hooghartige nieuwsgierigheid, om een oogenblik daarna, als bevreesd die der omstanders te ontmoeten, zich onder de groote, met lange wimpers voorziene oogleden te verschuilen. Soms zou een oplettend waarnemer gezegd hebben dat zij hartelijkheid, deelneming, medelijden verlangden; op een anderen tijd zou hij er de onwillekeurige uitdrukking van een verouderden en met moeite onderuuu Cn 'laat' ,fen.e ze'jere wildheid en ontembaarheid van karakter in gevonden hebben. Als zij zich, zonder bepaalde bedoeling, op eenig voorwerp vestigden, schenen zij soms eene hooghartige onachtzaamheid te verraden, op een anderen tijd de werking van een verborgen kommer, die de ziel onophoudelijk bezighoudt en haar van de deelneming in andere omringende voorwerpen aftrekt. De buitengemeen bleeke wangen hadden een bekoorlijk zachten en bevalligen omtrek maar droegen tevens de kenteekenen van eene verzwakte en door inwendig verdriet langzaam ondermijnde gezondheid. De lippen, schoon slechts door een zeer licht rood gekleurd, staken echter bij deze verblindende blankheid op eene allerbevalligste wijze af. Hare bewegingen waren, zooals die der oogen, levendig, gedurig afwisselend en vol van uitdrukking. De onbehaaglijke kleeding verborg met moeite de schoone omtrekken van de welgemaakte leest, en vormde tevens een in het oog loopend contrast met sommige schielijke, onregelmatige bewegingen ie wat al te mannelijk en zelfs onbetamelijk konden schijnen, ik zeg niet voor eene non, maar zelfs voor eene zedig opgevoede vrouw. In die kleeding zelve was hier en daar iets vreemds, iets 't zij gemaakts, 't zij onachtzaams, dat ten minste eene non aanduidde, die niet was zooals alle nonnen. De middel was omgord met eene zorg, die wereldsch zou kunnen genoemd worden, en zelfs zag men op een der slapen van het hoofd uit den witten band een klein puntje van een gitzwarte haarlok te vooorschijn komen, een duidelijk teeken of van veronachtzaming of van versmading van den kloosterregel, volgens welken het Hoofdhaar, afgesneden bij de plechtigheid der inwijding, altijd in dien staat behoort gehouden te worden.

Dit hinderde echter onze beide vrouwen niet, daar zij niet gewoon waren nonnen van nonnen te onderscheiden; en de vader gardiaan, die de signora niet voor de eerste maal zag, was reeds, zooals zoo vele anderen, aan dat vreemde m hare manieren en kleeding gewoon.

Zij stond op dat oogenblik, zooals wij gezegd hebben, achter de bovenvermelde opening, de blanke vingers om de ijzeren traliën geslagen, en het gelaat een De Verloofden. i.

Sluiten