Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigingen en feesten in de stad op haar maakten. De bezoeken van haar, die men in eene meer gewone en vrij wat natuurlijker beteekenis s p o s i n a (jonggetrouwde) noemde, verwekte in haar een ondraaglijk gevoel van spijt en afgunst; en zelfs als zij zekere andere personen ontmoette, kwam het haar voor, dat met zulk een titel te worden aangesproken het toppunt was van alle aardsche zaligheid. Somtijds verwekten de pracht der paleizen, de rijkdom van het huisraad, de beweging en de feestelijke vroolijkheid der bijeenkomsten in haar zulk eene geestdrift, zulk een brandend verlangen naar een vroolijk leven, dat zij het vast besluit nam om nog achteruit te treden en liever alles te ondergaan dan terug te keeren tot de koude graflucht van het eenzame klooster. Maar dacht zij dan weder aan de zwarigheden die daarmede verbonden waren, ja alleen aan den oogopslag van haren vader, dan verdwenen al die heldhaftige voornemens opnieuw als sneeuw voor de zon. Op een anderen tijd werd het genot zelf verbitterd door de gedachte dat zij er weldra voor altijd van meest afzien, gelijk de dorstige zieke soms, uit spijt over de karigheid van zijn geneesheer, den lepel water afwijst, dien dezen hem ondanks zichzelven toestaat, om zijne droge lippen te bevochtigen.

Intusschen had de vicarius het gevorderde getuigschrift afgegeven, en kreeg men verlof om het kapittel te houden, ter aanneming van Geertruida. Het kapittel werd gehouden, zij verkreeg, zooals te verwachten was, de twee derden der stemmen die volgens het reglement gevorderd en altijd bij balloteering uitgebracht werden, en Geertruida was aangenomen. Zij zelve, afgemat door deze langdurige foltering, verlangde toen om maar hoe eer hoe beter hare intrede in het klooster te doen. Niemand zeker was er, die haar daarin eenigszins tegenwerkte. Men was haar ter wille en kort daarna nam zij, in alle pracht en staatsie derwaarts gevoerd, in het klooster het nonnenkleed aan. Na een noviciaat van twaalf maanden, doorgebracht in onophoudelijk afwisselend berouw en tegenberouw, was eindelijk het oogenblik daar van de plechtige en onherroepelijke gelofte, het oogenblik waarin zij of een „nee n" zou hebben moeten uitspreken, dat nu vreemder, onverwachter en schandelijker zou geklonken hebben dan ooit te voren, of een reeds zoo dikwijls herhaald „j a" nog eens en voor de laatste maal herhalen... Zij herhaalde het en was non — voor haar geheele leven.

Het is eene der bijzondere en eigenaardige voorrechten van den christelijken godsdienst, dat hij elk die, in welke omstandigheden dan ook, tot hem zijne toevlucht neemt, rust verschaft voor zijn geschokt hart en den besten raad omtrent de inrichting van zijn gedrag. Is er nog middel van herstel voor het gebeurde, dan wijst hij dat middel aan, dient het toe en geeft wijsheid en kracht, om het op de geschiktste wijze aan te wenden. Is het kwaad onherstelbaar, dan maakt hij ons in waarheid en in de daad bekwaam, om, zooals het spreekwoord zegt, van den nood eene deugd te maken. Hij leert ons de vaak onbedachtzaam ondernomene taak met wijsheid en standvastigheid voortzetten en afweven. Hij maakt ons geschikt, om den toestand, waarin wij door overmacht en willekeur gebracht zijn, als het gevolg te beschouwen onzer eigene verkiezing, en geeft vaak aan eene loszinnige maar onherroepelijke keuze al de heiligheid, al de waardigheid, ja, laten wij er rond voor uit komen, al het genot van eene wezenlijke roeping. Die godsdienst zou kunnen vergeleken worden met een weg, langs welken de mensch, uit welken doolhof of uit welke diepte hij ook opgestegen zij, zeker zijn kan voor het vervolg veilig en gerust te kunnen voortgaan en eindelijk het gewenschte doel gelukkig en vroolijk te bereiken. Had Geertruida dit bedacht of van dit voorrecht willen gebruik maken, zij zou, op welk eene wijze zij dan ook non geworden ware, eene heilige en gelukkige non hebben kunnen zijn. Maar de ongelukkige droeg het juk met tegenzin en ongeduld, en maakte het daardoor slechts des te zwaarder en drukkender. Een onophoudelijk betreuren van de

Sluiten