Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierop volgden nu nog eenige meer uitgebreide en bepaalde instructiën. Griso nam Sfregiato en Tiradritto mede, en vertrok zoo 't scheen opgeruimd en vol goeden moed, maar inwendig Monza en de vonnissen en de mooie meisjes en de grillen van den patroon in het diepste der hel verwenschende. Hij ging uit op zijn tocht, gelijk de hongerige wolf die, met ingevallen buik en de ribben zichtbaar door de aschgrauwe huid, van zijne met sneeuw bedekte bergen voorzichtig in de vlakte afdaalt, tusschenbeide eensklaps stilstaande, met opgeheven poot en slingerenden uitgeplozen staart, terwijl hij den neus in den wind steekt, of hij ook menschenvleesch of kruit ruikt, en de zucht naar buit zoowel als de vrees voor de jagers zijne bloedige, onophoudelijk rondgierende oogen doet glimmen in de duisternis.

Het tweede ontwerp van Don Rodrigo betrof de middelen om Renzo, nu eenmaal van Lucia gescheiden, te beletten zich weder bij haar te voegen en naar zijn dorp terug te keeren. Het best scheen het hem toe een middel te zoeken om hem het land te doen ruimen, en hij begreep dat hij om hierin te slagen veel meer dienst zou hebben van de justitie dan van openbaar geweld. Men kon bij voorbeeld dien aanslag in de pastorie wat opsieren en kleuren, als ware het een gewelddadige aanval, een oproerige onderneming, en dan door middel van den doctor den podesta doen begrijpen, dat hij aan Renzo eene goede vangst zou hebben. Maar even spoedig begreep hij ook dat het zijne zaak niet was die leelijke historie te roeren, en hij besloot dat het maar best zou zijn doctor Azzecca-garbugli opening van zaken te geven, voor zoo verre noodig was om hem zijn verlangen te doen kennen. — Plakkaten zijn er genoeg, dacht Don Rodrigo, en de doctor is geen ezel; hij zal toch wel iets vinden dat mij lijkt, het een of ander gat, waar hij voor te vangen is; anders verdient hij zijn naam niet meer, die smeerlap.

Maar zooals het al dikwijls in de wereld gaat, terwijl Don Rodrigo aan den doctor dacht, als het best geschikt om hem in deze van dienst te zijn, was reeds een ander persoon, aan wien hij zeker wel het minst van alle zou gedacht hebben, met hart en ziel bezig om aan zijn verlangen te voldoen, op eene wijze zekerder en spoediger dan al de middelen, die de doctor ooit zou hebben kunnen uitvinden. En deze persoon, om het maar kort en goed te zeggen, was niemand anders dan Renzo zelf.

En zoo keeren wij van zelf, na eerst Lucia in behouden haven gebracht en daarna gezien te hebben hoe Don Rodrigo zich na de door hem ondervondene teleurstelling gedroeg, door den natuurlijken loop van ons verhaal weder tot den held onzer historie terug.

Na de treurige scheiding van welke wij getuigen geweest zijn, wandelde Renzo van Monza naar Milaan, in een gemoedsgesteldheid, die ieder zich gemakkelijk kan voorstellen. Zich te moeten verwijderen van zijn huis, van zijn geboortegrond, van Lucia; zich op weg te bevinden, zonder te weten waar hij rust zou vinden voor zijn voet, waar hij het hoofd zou nederleggen! ... En dat alles om zulk een schobbejak! Als de persoon, dien hij in zijne gedachten met dezen titel vereerde, zich aan zijne verbeelding vertoonde, dan gloeide hij weder van woede en gaf zich geheel over aan het bitterzoete verlangen om zijn woede aan hem te koelen. Maar, kwam hem dan dat gebed weder in de gedachten, dat hij toch ook mede uitgesproken had, toen die goede monnik het hun voorzei in de kerk te Pescarenico, dan bedacht hij zich, zijn toorn bedaarde, en zag hij dan een Christusof Mariabeeldje aan den weg, dan nam hij zijn hoed af en bleef een oogenblik staan, om zijn gebed nog eens op te zeggen. Zoodat hij op die wandeling Don Rodrigo ten minste twintig malen in den geest versmoordde, en twintig malen weder uit den dood opwekte.

De weg was toen bijna niets anders dan eene diepe groeve tusschen twee hooge kaden, modderig, steenachtig en door een diep spoor doorsneden, dat na

De Verloofden. I. 9

Sluiten