is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloofden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg rechtuit, langs het lazaret, alleen omdat de muur van dit gebouw rechtuit loopt, maar zoodra men daar voorbij was werd het pad bochtig en nauw, ingesloten tusschen twee heggen. De poort bestond uit twee pilaren, waarop een dak rustte, ter beschutting van de deuren, met een huisje voor de tolbedienden aan de eene zijde. Het glacis was onregelmatig, en in plaats van plaveisel zag men niet anders dan eene ruwe en ongelijke oppervlakte van puin en bij toeval daarneergesmeten potscherven. De straat die men door de poort intrad was niet ongelijk aan die welke thans op de poort Tosa uitloopt. Er liep eene goot midden door, tot weinige schreden afstands van de poort, en maakte er twee nauwe bochtige straatjes van, die naar het jaargetijde het medebracht bedekt waren met stof of met modder. Bij dat blokje huizen, 't welk den naam draagt van Borghetto, dat ook toen reeds bestond, liep de goot uit in een riool, en door dit in de stadsgracht. Op dat riool stond eene kolom, van boven met een kruis versierd, die de kolom van San Dionigi genoemd werd. Ter rechter- en ter linkerhand zag men tuinen, met heggen omgeven, en hier en daar hutten, meerendeels door bleekers bewoond.

Renzo trad deze poort binnen, zonder dat een der tolbedienden hem eene enkele aanmerking maakte, iets dat hem hoogelijk verwonderde, daar hij die weinigen, die zich konden beroemen te Milaan geweest te zijn, wonderen had hooren verhalen aangaande de navorschingen en ondervragingen, welke elk die van buiten kwam aan de poort ondergaan moest. De straat was geheel ledig, zoodat hij, zonder een verward gerucht dat hij in de verte vernam, en dat eene groote beweging aanduidde, zou gemeend hebben dat de stad verlaten was. Voortgaande, zonder te weten wat hiervan te denken, bemerkte hij dat de straat bedekt was met eenige witte strepen als van sneeuw; maar sneeuw, dit begreep hij wel, kon het niet zijn, wijl die zoo niet bij strepen neervalt, en ook nog niet in dat jaargetijde. Hij onderzocht er eene wat nader, bezag het en werd overtuigd dat het niet anders was dan meel. — Er moet, dacht hij, groote overvloed te Milaan heerschen, als men er met Gods gaven zoo roekeloos te werk gaat. En ons vertelden ze dat er overal gebrek heerschte. Zoo doen zij om ons, arme landlieden, maar te blinddoeken en stil te houden. — Hij was nog geen twintig schreden verder gegaan en de bovenvermelde kolom genaderd, of hij ontwaarde iets dat nog veel vreemder was. Op de trappen van het voetstuk zag hij eenige voorwerpen hier verspreid, die zeker geen keisteenen waren; en indien hij ze op de toonbank van een bakker had zien liggen, zou hij geen oogenblik getwijfeld hebben ze brooden te noemen. Maar Renzo durfde zoo schielijk zijne eigene oogen niet gelooven, want dat was toch waarlijk geene plaats om brood te bewaren. Dat moeten we toch eens onderzoeken, zeide hij weder in zich zeiven, ging naar de kolom, boog zich, nam een van die voorwerpen op, en, ja waarlijk, het was een versch, zacht brood, van het fijnste en witste meel, zooals Renzo er nooit een gegeten had, dan alleen op hooge feestdagen. — «Het is waarachtig brood," zeide hij nu hardop, als buiten zich zeiven van verwondering. „Zaaien ze dat hier zoo in dit land! En dat in zulk een jaar! En geven zij zich niet eens de moeite om het op te rapen? Ben ik hier in Luilekkerland?" Bij iemand, die tien mijlen weegs afgelegd had in de frissche morgenlucht, was het geen wonder dat, bij zulk eene vertooning, de verwondering weldra voor een levendigen eetlust plaats maakte. — Zal ik het opnemen ? dacht hij weder. — Pah! Zij hebben het hier voor de honden laten liggen: licht dat er een Christenmensch gebruik van maakt. In allen geval, als de eigenaar komt, zal ik het hem betalen. — Zoo gezegd zoo gedaan. Hij steekt het brood, dat hij reeds in de hand had, in den zak, neemt een tweede op en steekt het in zijn anderen zak, een derde: en hervat al etende zijne wandeling, hoe langer hoe onzekerder wat van dit alles te denken en verlangend iemand te ontmoeten, die hem deze wonderen zou kunnen uitleggen.