is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloofden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij dat God ons brood zal geven, als wij zulke ongerechtigheden bedrijven! Hij zou den bliksem neerzenden om ons te verpletteren, in plaats van brood!"

„Wat zegt ge daar, hond, verrader van het vaderland!" schreeuwde een dergenen, die midden onder het gejoel deze heilige woorden had kunnen aanhooren; en zich met het gelaat van een bezetene naar hem toewendende vervolgde hij al gillende: „Wacht, wacht! Hier is een bediende van den vicario, als een boer verkleed, een spion! Pakt hem, pakt hem!" Honderd stemmen in de rondte beantwoordden dit geschreeuw: „Wat is het? Waar is het? Wie is het? — Een bediende van den vicario! Een spion! De vicario, als een boer verkleed, die zoekt te ontvluchten! Waar is hij? Waar is hij? Pakt hem! Renzo zonk eensklaps het hart in de schoenen; hij durfde nauwelijks ademhalen en zag angstig naar alle zijden rond, om door de menigte heen te slippen. Sommige zijner welgezinde buren hielpen hem om zich te verschuilen, terwijl zij, met een luid geschreeuw, die vijandelijke en moorddadige kreten trachtten te verdooven. Maar hetgeen hem het best van alles te stade kwam was een: „Plaats, plaats!" dat men in de nabijheid hoorde: „Plaats, hier komen zij met hem aan, plaats jongens!"

Wat was dat? Eene lange ladder, die sommigen aanvoerden, om docr middel er van in een bovenvenster van het huis te klimmen. Gelukkig echter was dat middel, dat zeker de onderneming merkelijk zou bespoedigd hebben, zelf moeilijk in werking te brengen. De dragers, door het gedrang gestooten, geduwd, dan herdan derwaarts gedrongen, gingen al slingerdeslang voort. Men zag er een, die het hoofd tusschen twee sporten gestoken en de boomen op de schouders had, heen en weder getrokken en soms ter aarde gedrukt door den last, dien zoo vele andere handen vaak eene gansch andere richting gaven, dan waarin hij voortging. Hij brulde van pijn en angst. Op eene andere plaats, daar een der dragers door den overmachtigen aandrang genoodzaakt was geweest de ladder los te laten, kwam deze op hoofden, op schouders, op armen neer, die waarschijnlijk hiermede alles behalve tevreden zullen geweest zijn. Het noodlottig werktuig ging echter, met horten en stooten, dan eens rechts dan eens schuins, steeds voorwaarts; en het kwam juist ter stede om de aandacht van Renzo af te trekken, die gebruik makende van de verwarring in de verwarring ontstaan, eerst gebukt en voetje voor voetje, daarna wat stouter en zelfs met behulp van zijne ellebogen, zich zoo ver hij kon van de plaats verwijderde, waar men zoo vijandig jegens hem gestemd scheen te zijn, met het vaste voornemen om dit tooneel van onrust en verwarring zoo spoedig mogelijk geheel te verlaten, en eindelijk eens, zonder verwijl, vader Bonaventura te gaan opzoeken of afwachten.

Eensklaps krijgt de gansche menigte een schok. Eene beweging, aan het eene einde van het gedrang begonnen, verspreidt zich met ongeloofelijke snelheid door de geheele massa. Één woord, eerst doffer, toen duidelijker, eindelijk luide herhaald, vliegt van mond tot mond, en klinkt eindelijk als uit eenen adem voortgebracht: „Ferrer! Ferrer!" Verwondering, toegenegenheid, spijt, blijdschap, woede waren de gewaarwordingen, die dit woord in zijnen loop vergezelden. De een roept dien naam vroolijk uit, om te bewijzen dat de man die hem draagt nadert; een ander herhaalt hem, om te verzekeren dat het onmogelijk is, de een om hem te zegenen, de ander om hem te vloeken: maar allen noemen hem even hard. „Ferrer is hier! Het is niet waar, het is niet waar! — Ja, ja, leve Ferrer, aie ons goedkoop brood geeft. — Neen! Neen! — Ja, ja, hij kornt daar aan, in zijne koets. — Wat doet hij hier? Wat raakt het hem? Wij willen er niemand bij hebben! Ferrer! Levs Ferrer! De vriend der armen! Hij komt om den vicario gevangen te nemen. Neen, neen, wij zullen zelve het recht wel uitoefenen! Terug, terug! — Ja, ja, Ferrer! Laat Ferrer maar komen! De vicario naar de gevangenis!"

En nu wendden zich allen, op de teenen staande, naar den kant van waar de zoo onverwachte verschijning zich het eerst moest opdoen; maar daar allen

De Verloofden. L

io