Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals thans meer het geval is dan noodig en wenschelijk schijnt.

Opmerkelijk is nog, dat bij ambachten enkel van bedrijven sprake is, beoefend door mannen. Moet er bij „vrouwelijke handwerken" onderscheid gemaakt worden tusschen de meer eenvoudige, werktuigelijke en die, welke meer geestesgaven vereischen, dan duidt men dit aan door de bijnamen: nuttige en f r a a i e handwerken.

Op het jongste congres voor Ambachtsonderricht, in Aug. 1901 te 's-Gravenhage gehouden in aansluiting met de desbetreffende tentoonstelling, — is men ook gaan spreken van „Ambachtsonderricht voor meisjes", hetgeen bij navolging aan de beteekenis van het woord „ambacht" een bedenkelijke uitbreiding zou geven.

Wil men van sommige mannelijke handwerken doen uitkomen, dat zij behalve kunde en overleg, een bijzondere kunst van samenstelling en versiering vereischen, dan duidt men dezen nader aan door de benamingen kunsthandwerken en kunstambachten.

Tegen het gebruik dezer benamingen dient echter gewaarschuwd als zijnde overtollig en verkeerd. Zoodra een handwerk zich door bovengenoemde hoedanigheden onderscheidt, treedt het in de rij der ambachten en kan men het met dien naam aanduiden. Dat de Duitschers, die het woord „ambacht" niet meer hebben, in dat geval van kunsthandwerk spreken, is van hun standpunt te verdedigen; maar niet van het onze. Evenmin hebben wij behoefte aan het woord artisan, zooals de Franschen den ambachtsman noemen; want in ons woord „ambacht" is niet minder het begrip „kunst" opgesloten.

Door nu ten onzent ook nog van „kunstambachten" te gaan spreken, gaat men de meening voedsel geven, als zou het ambacht op zich zelf kunstloos zijn, en het daarmee zijn traditionneel wettig cachet ontnemen.

Heb ik met 't gezegde genoegzaam toegelicht wat m. i. volgens aard en traditie onder de benaming ambacht

Sluiten