Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. A had ƒ30 meer dan B. Zij gaven ieder f 20 uit, en toen stond het geld van A tot dat van B als 5 : 2. Hoeveel gulden hadden zij ieder vóór dien tijd?

10. Een wijnhandelaar mengde 40 L wijn van 75 cent den L met een hoeveelheid van 60 cent den L. De L van 't mengsel was nu 66 cent waard. Hoeveel L van 60 cent was er in 't mengsel?

§ 11.

1. Yoor hoeveel moet een manufacturier den M linnen verkoopen, om, 4 % inmetende, evenveel te ontvangen, als wanneer hij den Maf 1,20 verkoopt en niets inmeet?

2. Om een rechthoekige weide, die 120 M lang en 50 M breed was, werd een sloot gemaakt door van de wei grond af te graven. Tevens werd midden door de weide in de lengte en ook in de breedte een pad gemaakt. De paden en de sloot waren elk 2 M breed. Hoeveel A was nu elk der stukken groot, waarin de wei door de paden verdeeld was?

3. Als de tarra 3| % bedraagt, welk deel is zij dan van het netto-gewicht?

4. Een winkelier ontving 160 KG rijst bruto met 2,5% tarra. Hij verkocht die rijst, terwijl hij 2,5 % inwoog, a f 0,30 de KG en won nu ƒ 6,63. Hoeveel had hij zelf voor de KG netto betaald ?

Sluiten