Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker niet te verdenken getuige, onzen ouden geschiedschrijver Van Reyd, den vertrouweling van graaf Jan van Nassau. Hij schrijft (blz. 10) „Eenighe hebben 't denckweerdich geacht, dat even [juist] den tienden penninck, en niet die Religie d'eerste oorsaeck is gheweest, dat steden en provinciën sich teghens Duc d'Alba stelden". Dit is ook het gevoelen van Morillon, den goed ingelichten correspondent van Granvelle. Hij schrijft den 18n Dec. 1575 aan den Cardinaal: ,.Le Xme denier, qui a été la vraie source de nos maux". (Corr. de Granv. Vc Dl. p. 437). — Daarmede stemt ook het woord van Huig de Groot goed overeen: „Omnia dabant ne decimas darent". De Nederlanders brachten alle offers, om maar den tienden penning niet te moeten opbrengen. Dit blijkt ook uit het algemeen verzet, waarop Alva bij 't invoeren dezer gehate belasting stuitte, ook van den kant dergenen, die geen het minste bezwaar hadden gezien in de maatregelen, door hem en zijne voorgangers tot wering der nieuwsgezinden genomen. Dit moet eindelijk overduidelijk worden, wanneer men let op het betrekkelijk nog klein getal van de aanhangers der nieuwe leer, die nog daarenboven door de oproerigheid der wederdoopers, door den beeldstorm, en de daarop volgende uitspattingen der vilde geuzen '), de gemoederen hunner katholieke medeburgers van zich hadden vervreemd, zooals de oude schrijvers berichten. Vandaar dan ook dat wij in het „Kort verhaal van de Reformatie") door G. Brand, 4e dr. blz. 48) opgeteekend vinden met de woorden van Bor en Hooft: „Het stijf staan op den eisch van den 10n en 20« penning, maakte dat de gemeene haat tegen Alba en de Spanjaarden van tijd tot tijd toenam ; ja in zulker voege, dat vele, zoowel van de alderkatholijkste als andere, naar de verandering wenschten

1) „Dozen, vooral in West-Vlaanderen geducht, overvielen bij nacht en ontijde Papen en monniken, plunderden hen, en sneden hun ooren en neuzen af." (Kort verhaal van de Ref. blz. 39).

Sluiten