is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN T E E K E N I N (i E N.

Aant. I. (bij 1)1/. 18). Uit de gegevens door Bob ons verstrekt, weten wij nu : wat wij te denken hebben over de kolossale getallen van martelaars om den geloove. Bij de Gereformeerden althans zijn die niet te vinden.

Maar hebben wij dan die 100,000 of 50,000 martelaren bij de Anabaptisten te zoeken? Dezen toch — liet staat historisch vast — overtroffen in de eerste helft der 16e eeuw, de Gereformeerden verre in getal. Onder dezen dus zal die vreeselijke slachting hebben plaats gehad. Maar ook in die veronderstelling is de overdrijving met handen te grijpen. In de volgende Studie over de Merkwaardige cijfers zal dat nader aangeduid worden. Hier wil ik slechts aanhalen wat een Doopsgezind leeraar over de vervolging der Anabaptisten heeft opgeteekend: „Het valt zeker niet te ontkennen, dat deze vervolgingen het bestaan deiDoopsgezinden [lees: Anabaptisten] reeds aanvankelijk met groot gevaar bedreigden. En toch hadden zij niet die schadelijke uitwerking die men er van verwacht kon hebben. Vooreerst bleef het getal der martelaren, naar evenredigheid van de belijders, betrekkelijk zeer klein. De oorzaak hiervan lag gedeeltelijk in de zachtere uitoefening der plakkaten ')• Nadat men van den schrik voor de Munsterschen [Jan van Leiden] eenigszins bekomen was, mogten vooral de Doopsgezinden zich in die zachtere uitoefening verheugen: want van de staatkundige zijde had men van hen niets te vreezen .... „Gedeeltelijk lag de oorzaak van dat kleine getal der martelaren in hunne eigene

1) Men herin nere zich hierbij de uitspraak van Prof. Fhuin: „Ook werden de plakkaten niet naar de letter uitgevoerd."