is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe geestig spreekt Sokrates b.v. van de edele fierheid, die zich op die plechtige oogenblikken meester maakt van de opgetogen menigte, tegen wier voortreffelijkheid de redenaar zelf, hoe stout ook van vlucht, met verwondering opziet! Bij het hooren zijner lof-hvmne waant elk Athener zich beter, edeler, grooter, dan hij ooit te voren geweest is. Zelfs vreemdelingen onder de luisterende menigte verscholen, ontsnappen niet aan dien overweldigenden indruk. Toch, hoezeer ook Sokrates den schijn aanneemt, van in die algemeene geestdrift te deelen, met alle anderen drie dagen lang als betooverd te zijn, — zijn welbekende trek naar ironie geeft ons het recht deze verzekeringen, wat hem zeiven aangaat, in twijfel te trekken. Hij doorzag te goed het wezen der zaken : de kunstmiddeltjes der feestredenaars, de ijdelheid der daardoor opgewekte geestdrift werden door hem op hun juiste waarde geschat; 't is juist daaraan toe te schrijven dat hij de eersten hier zoo geestig bespot, en dat hooggaande enthousiasme in zijn verkeerde gevolgen zoo fijn heeft geteekend.

In zijn gevolgen, zeg ik. Want ja, — ook dit schemert genoegzaam door in Sokrates' woorden, wat hij zelf, als einduitkomst verwacht van die overspanning der zenuwen, het Atheensche publiek telkens aangrijpende wanneer het op die schittrende woordenpraal werd onthaald. De lofrede, ter eere van de dooden gehouden, maar hoofdzakelijk aan 't verheerlijken der levenden gewijd, ruischte den toehoorders als een betooverende muziek in de ooren en wekte uitbundige geestdrift. Maar die geestdrift alweder, eigenlijk slechts overprikkelde ijdelheid, zou spoedig bekoelen; het daarmede gepaard gaande schijnvuur van vaderlandsliefde, voor een oogenblik opvlammende onder den adem des sprekers, moest daarna, aan zich zelf overgelaten, wel blijken geen licht en geen gloed te bezitten.

Maar hebben wij in Plato's critiek ook eene waarschuwing te zien voor ons? Bevatten de opmerkingen van den