Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benoemd, en door de Staten-Generaal bekleed met het ambt van Kapitein-Generaal en Admiraal van de Unie, had reeds in 1(531 verkregen, dat zijn zoon hem in al die waardigheden opvolgen zou '). En in 1(540, na liet overlijden van Hendrik Casimir. die stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe geweest was, hadden de twee laatstgenoemde gewesten niet diens zoon, maar Frederik Hendrik als hun stadhouder erkend. Bij zijn dood gingen nu al die hooge waardigheden over op Willem II, toch reeds zoo hoog in aanzien gerezen door zijn echt met de dochter eens konings. Is het te verwonderen, dat de jonge prins, eerzuchtig en ondernemend van aard, meer wilde zijn dan de gehoorzame dienaar der Staten, die zich toch altijd als de eigenlijke souvereinen des lands hadden beschouwd? En vooral de Staten van Holland waren niet gezind hun rechten prijs te geven, en afstand te doen van hun eigen inzichten ter wille van Willem's politiek.

Deze politiek beoogde vooreerst de belangen voor te staan van den ongelukkigen koning Kakel I, die sedert 1<>47 in de macht zijner vijanden, Ckomwell's independenten, geraakt was. Reeds lang had Willem de zaak van zijn schoonvader met eigen middelen gesteund, en zich daardoor zelfs in zware schulden gestoken. Maar hoezeer hij nu ook zijn best deed. om de Staten-Generaal te bewegen tot het verleenen van krachtige hulp aan de verslagen koningspartij, Holland, hierin door Zeeland gesteund, verkoos niet zich het parlement tot vijand te maken. Eerste teleurstelling voor den prins.

Daar kwamen nog andere oorzaken van oneenigheid bij. Wij zagen al. dat vooral de provincie Holland ernstig

J) Bij de zoogen. iicti' run surcirttnre. Een voorrecht voor zijn zoon; daar het stadhouderschap toen nog niet erfelijk was. Nu volgde Willem II zijn vader onmiddellijk als stadhouder op, hoewel zijn plechtige installatie door de Staten van Holland en Zeeland pas plaats had op den 23 Jan. ldi8.

Sluiten