is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij vaardig op de reis; maar eer wij verder kwamen Zoo was dat wij het werk gelijk het stond vernamen Het docht ons zonder vrucht hier verder in te gaan: De Prins reed naar Den Haag, de krijg die was gedaan. Ziet, al dat groot beslag dat was terstond verdwenen, Gelijk een dikke wolk die wonder heeft geschenen, Of als een snelle beek die uit der hoogten vloeit. Of als een open bloem in haasten uitgebloeid.

Uit die laatste rijmregels spreekt een optimisme, dat ons bijna glimlachen doet. Want de dikke wolk, waarmede onze politieke hemel betrokken was in de laatste dagen van Juli, zou niet zoo spoedig verdwijnen als wij den grijzen dichter hoorden beweren. Boven Amsterdam althans hing nog een donkere lucht; alle vrees was daar niet aanstonds geweken. Wagenaar bericht: „Men was bedugt, dat Zijne Hoogheid, die misnoegd bleef op de stad, bewoogen mogt worden, 0111 ras wederom te onderneemen 't gene hem nu mislukt was. Uit deze vreeze sproot ook, dat men de stad in verscheiden opzichten begon te versterken, en de schutterij die voorheen maar uit 24 vendelen bestaan hadt, onder 54 vendelen verdeelde. Zelfs werden er twee sterke houten blokhuizen gestigt op den Amstel, die nogtans den vrijen loop van 't water te zeer belemmerden, en hierom in 't jaar 1654 wederom geslegt werden." Wel had Vondel die „tweelingen des vliets" bij hun geboorte begroet als eeuwig voor de stad wakende; maar hij kon toen den geheel veranderden toestand des lands nog niet voorzien, waardoor die waterkasteelen in 1654 alle reden van bestaan hadden verloren.

Met de vereffening van het geschil tusschen Amsterdam en den Prins, was er voor geheel het land een kort tijdperk aangebroken van verademing en schijnbare rust.

X) Dat namelijk liet vergelijk tusschen den Prins en Amsterdam ;»1 tot stand was gekomen.