Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstige vergadering plaats vond. en eindelijk door alle daarbij aanwezigen. Deze laatsten komen er „telken reize" met 25 gulden af, maar verbeuren ook „hun opperste kleed." Daaruit kan men opmaken, aan welke kwellingen de roomschen blootgesteld waren, vooral wanneer zij op zon- en feestdagen zich wilden kwijten van hun kerkelijken plicht. Zulke drakonische wetten werden dan zeker noodig geacht tegenover vreedzame burgers en vrouwen, wier eenig vergrijp was, dat zij meestal vóór dag en dauw, in afgelegen buurten, op zolders, in schuren bijeenkwamen, om naar de inspraak van hun geweten, aan de voorschriften der kerk te voldoen.

Dan volgen er allerstrengste maatregelen tegen allen, die hun kinderen op studie doen „in eenige universiteiten, collegiën of scholen der Jesuïten" zoo binnen- als buitenlands. Voor elk kind dat bij hen „ter schole gaat" verbeuren de ouders of voogden „honderd guldens per maand." Dure vrijheid!

Iedereen heeft zeker wel eens gehoord van die vrome vrouwen, meestal klopjes genoemd, die in do dagen der verdrukking aan de Kath. Kerk in ons land onschatbare diensten hebben bewezen. Zij belastten zich niet de vorming der jeugd, zij leerden de kinderen den katechisnius, zij waarschuwden de geloovigen, waar en wanneer de h.h. Geheimen zouden worden gevierd. \ an daar dat zij den Hoogmogenden al lang een doorn in 't oog waren. Vreeselijk dan ook wordt er in dit stuk uitgevaren tegen „zekere soort van ongehuwde vrouwspersonen, die men klopzusters of kloppen noemt, en die de gemeene rust dezer landen zeer schadelijk zijn."

En daarmede over de plakkaten genoeg: uit één kent men ze allen. Ten opzichte van hun algemeene strekking bestaat er tusschen die tallooze stukken weinig verschil. Tevens hebben wij daaruit den geest onzer toenmalige wetgevers leeren kennen. Hun kerkelijke en politieke onverdraagzaamheid spreekt luide uit dit officieele document „voor den dienst van den lande .... gearresteerd ter

Sluiten