Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen ter tafel gebracht, die ingediend zijn door de verschillende provincies. Wat daarin de Unie en Militie betreft, behoeven wij, na het vroeger gezegde, niet meer te bespreken; en de consideratiën van Gelderland en Zeeland over het derde punt — de Religie — zijn ons ook al bekend. Zullen wij nu daarover nog de andere Provincies, elk afzonderlijk moeten hooren ? Dat zal de lezer wel niet verlangen: het zouden veelal herhalingen zijn. Slechts dit nog:

l trecht wil vooral, dat men de hand houde aan de politieke i efot mat ie in de Meierij van den Bosch en de overige Geneialiteits-landen. Dat derhalve daar „geen baljuwen, schouten, secretarissen, vorsters en andere officieren [ambtenaren] mogen wezen, dan diegene die waarlijk en inderdaad betoonen te zijn van de ware Gereformeerde Religie." Geen post, hoe gering ook worde den roomschen gegund: men beschouwe hen als Heloten. — De Staten van Overijssel „zouden van advies zijn — overwegende de droevige ervaring van de voorleden tijden ons heeft doen gevoelen, hoeveel de licentie der Pausgezinden, alsmede van [andere] secten. . . kan perturbeeren de gewenschte eenigheid — dat de Provinciën zich onderling behooren te verbinden. . .. om het penaal te gebruiken tegen dat lid of provincie, welke tegen een van de voorsz. punten eenigen inbreuk zal doen, of gedogen. Dat slaat ook op het strikt onderhouden van de plakkaten.

I riesland en G roninr/en schijnen op het stuk van onverdraagzaamheid den prijs te willen behalen. De Staten van de eerstgenoemde provincie „verklaren, dat er bijzonderlijke zorg moet worden gedragen, dat de Pauselijke superstitiën... haar wijder uitstrekken worde belet." Te dien einde stellen zij voor „eenparigheid te brengen in het emaneeren er publiceeren der plakkaten. . .. dat geene provincie affecteere de gunst van clementie, gelijk tot dezen zoo lange is geschied." Over die clementie viel waarlijk zooveel niet te klagen. Ten slotte willen zij dat „de officieren, die met de executie

Sluiten