Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden verheven, en zich bijgevolg voortaan in de StatenGeneraal te laten vertegenwoordigen. Maar de H. Mogenden wezen het verzoek van de hand. Niet beter slaagden de pogingen der Brabandsche baanderheeren, edelen en steden, die voor zich een gelijk aanzoek hadden gedaan. De zeven provinciën verkozen niet hunne oppermacht niet nog meerderen te deelen.

Bijna vijf maanden reeds had de Vergadering geduurd, toen er iets aan het licht kwam wat nieuw voedsel aan de politieke hartstochten zou geven. En herinnert men zich daarbij, dat de destijds al 72-jarige Raadpensionaris van Holland, hoewel niet voorzittende in de StatenGeneraal. toch als eerste ambtenaar en woordvoerder der voornaamste provincie, zeker een groot aandeel in de leiding der beraadslagingen moest hebben, — dan begrijpt men, dat de afgeleefde grijsaard, tien jaren later, nog met bevende stem spreekt van de woelige zee, die hij in dien tijd had bevaren. In zijn Twee-en-tachtigjarig Lenen gewag makende van de Groote Vergadering schrijft hij:

.... De steden [provinciën] alle zeven Die wierden opgemaand en in Den Haag beschreven, Ten einde deze Staat, uit zoo een vreemde bocht Door onderling verdrag zich weder redden mocht. Ik moest op dezen stroom met goede aandacht zeilen Want bij een harde kust daar moet men dikmaals peilen. Alwie bezijden af ging treden aan de ree Die gaf zijn zwakken voet ten beste aan de zee; De winden bliezen hard en maakten groote baren,

En bij mij was er nooit zoo holle zee bevaren.

Maar nog kwam ik er uit, doch door mijn wijsheid niet. 'tWas Godes vadergunst, die mij ten besten ried.

Zeker, wij willen aannemen, dat den dichter, bij deze beeldspraak, de moeielijkheden voor den geest stonden, waarmede bij gedurende den heelen loop der vergadering

Sluiten