is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worstelen had. Maar toch mogen wij in de „groote baren der holle zee" iets meer zien. Den 15n Juni was de Raadpensionaris ter vergadering gekomen met de verklaring „dat hij zich moest ontslaan van verscheiden papieren en secrete resolutiën onder hem geseponeerd, tot dien einde overleverende ook zeker geschrift geïntituleerd : „l{e<lenen en Motieven die Zijn Hoogheid hebben bewogen bij der hand te nemen, zoo ten regarde van de gearresteerde heeren, als van hetgeen aangevangen is aan, bij, en omtrent de stede Amsterdam ; hetwelk Prins Willem hooger memorie in 't voorl. jaar had overgegeven, en 't welk, 0111 vredeswille goedgevonden was niet te openen." „Dat geschrift ter vergadering geëxhibeerd zijnde, werd omgevraagd, of men het zoude openen of verbranden. De meesten, inzonderheid de geledeerden, opineerden, dat het behoorde te worden gelezen, om daaruit te doen blijken de ongefundeerdheid van deze proceduren van den Prins" (H. L. fol. 158).

Had men dit ongelukkig geschrift maar verbrand! Want het is duidelijk, dat de lezing kwaad bloed moest zetten, vooral bij de Hollandsche leden, die zich in dit stuk grootelijks verongelijkt achtten. Geen wonder! Daarin werd gesproken van „de schadelijke en pernicieuse desseins van kwalijk geïntentioneerde personen", waarom dan ook. zoo luidde het verder, „geresolveerd was, eenige van de voornaamste belhamels in arrest doen nemen.".

Men was te weten gekomen, dat dit scherpe stuk indertijd voor den stadhouder opgesteld was door den griffier der Staten-Generaal, Cornelis Musch. Maar een onverwacht haastige dood (naar 't algemeen beweren, door zelfmoord) had dien vermetele bij tijds onttrokken aan de straffende hand der Staten van Holland. Nu zou het de heer van Sommelsdijk ') ontgelden, die in den aanslag op Amsterdam

1) Cornelis Aarssens, heer van Sommelsdijk, was de zoon van Frans Aarssens, die zich ten jare 1619 in het proces van Oldenbarneveld zoo berucht had gemaakt.