Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijven; en do voortaan alvermogende Provincie, welke vroeger door kracht der Unie nauwelijks en niet dan tijdelijk ingetoomd was, ontwrong zich aan eiken bondgenootschappelijken band.

,.De Unie werd behouden; met dien verstande dat ze niet meer door de Generaliteitsmagt, maar door Hollands overwigt zamengehouden werd. De Beliyie en de Militie werden als gewestelijke aangelegenheden beschouwd ; aldus de meest innige band der Gewesten losser gemaakt, aan de Hervormde Kerk belangrijke waarborgen van zelfstandig aanzijn ontroofd, en de magt van Holland, door de beschikking over het meerendeel ook der krijgsambten, in hooge mate versterkt." (Hanilb. n. 343 en 344).

Helder als die uiteenzetting was, geeft zij ons ook een vrij volledig overzicht van den toestand zooals die in 1051 werd gevestigd, van de veranderingen die in het Staatsbestuur waren gebracht. Alleen de kracht over het wegvallen van wat vroeger aan de Hervormde Kerk een zelfstandig aanzijn had geschonken, schijnt mij wel wat overdreven. Ware vrijheid heeft deze kerk — daarin niet verschillende van alle andere protestantsche kerkgenootschappen — nooit genoten; zij was dienares van den Staat1): wat maakte het haar dan, of zij voortaan, niet de Generaliteit, maar de Staten der enkele provincies naaide oogen moest zien. Eerder had men hierbij eene afkeuring mogen verwachten van de verregaande onbillijkheid, waarmede de roomsche Nederlanders nu weer waren behandeld. Maar daarvoor blijft Groen onverschillig; en wanneer hij

1) Wat ik hier zog wordt door tal van Prot. schrijvers bevestigd. Om er maar één te noemen, Ds. S. D. van Veen heeft ons den toestand der Hervormde kerk in 't midden der 17«= eeuw met sombere kleuren geschilderd. Daar lezen wij ook deze duidelijke woorden: „Zij is [was] Staatskerk, Slaatsdienaresse altijd, Staatsslavin niet zelden." Zie „Schetsen van het leven onzer Geref. vaderen". Utrecht, Kk.mi.nk, 1886.

Sluiten