Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prinsterer gegeven: Le parti stadhoudérien désirait la rupture. En effet, plus le danger deviendrait pressant, plus aussi le besoin d'un chef se ferait sentir, et la guerre étrangère deviendrait ainsi le préservatif eontre la guerre civile. Les anxiétés de la lutte relecaient donc les espérances des Orangistes. Aussi se réjouissaient-ils du mauvais succes des négociations entamées a Londres pour le rétablissement de la paix." (Archives, 2® Série t. 5. p. p. XIII). Dat echter, naar het beweren van dezen auteur, de buitenlandsche oorlog een behoedmiddel tegen den binnenlandschen zou zijn, daaraan, geloof ik, werd door de Oranje-partij minder gedacht: hun streven was enkel gericht op het verheffen van den jongen Oranjetelg tot de waardigheid van zijn vader, en de oorlog scheen hun ter bereiking van dat doel het zekerste middel. Zij wisten het: elke tegenspoed die onze vloot in 't bestrijden van den overmachtigen vijand kon treffen, alle verachtering van handel en nijverheid, die te voorzien was uit den stilstand der scheepvaart, in één woord alle nadeelige gevolgen van den oorlog zouden geweten worden aan het tegenwoordig bestuur ; in 't herstellen van de Stadhouderlijke waardigheid met het daaraan verbonden opperbevel over leger en vloot zou het volk het eenig middel van uitredding zien. Trouwens het was hun niet onbekend, dat de Oranjepartij overal de groote meerderheid vormde van de bevolking. tot zelfs in Holland toe, met uitzondering natuurlijk van de aristokratische regentenfamilies.

Wat ik hier zeg van de algemeene gesteldheid der gemoederen onder het volk, kwam nog meer uit tijdens den oorlog, en wordt door Groen in zijn Handboek (I n. 850) bevestigd: „Het was in de Republiek zeer hachelijk gesteld. Schrikverwekkend waren in weinige maanden de gevolgen van den krijg voor handel en nijverheid geweest. De volksellende werd op rekening gesteld van het Bewind. Luide verhief zich de stem des Oranjegezinde bevolking. De vrede, waartoe Cromwell niet ongenegen meer was, scheen den Staatsgezinden, om eene tegen-omwenteling te

Sluiten